Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.
- 1 -
- 2 -
Voorwoord
Dit onderzoek heb ik uitgevoerd in het kader van mijn afstudeeropdracht voor de duale opleiding
Milieukund...
- 3 -
Samenvatting
Aanleiding
De CROW 132 geeft geen specifieke verplichtingen tot het nemen van veiligheidsmaatregelen, w...
- 4 -
Conclusie
 Tijdens werkzaamheden in een verontreinigde bodem door de veldwerker zijn de
blootstellingsroutes ingest...
- 5 -
Inhoudsopgave
Samenvatting – 3
1. Inleiding – 6
1.1 Leeswijzer – 6
2.Aanleiding en doel – 7
2.1 Aanleiding – 7
2.2 D...
- 6 -
1. Inleiding
Grenzen spelen een belangrijke rol in ons leven. Ons leven zelf is begrensd. De eerste grens van ons
le...
- 7 -
2. Aanleiding en doel
2.1 Aanleiding
Explorerend onderzoek
De veldwerkers, die werkzaam zijn binnen Grondslag B.V., ...
- 8 -
3. Onderzoeksmethode
Om de doelstelling te bereiken en de hoofdvraag te kunnen beantwoorden zal zich dit onderzoek
r...
- 9 -
Historisch vooronderzoek
De CROW 132(1)
refereert in hoofdstuk 3.2 aan het uitvoeren van een degelijk historisch
voo...
- 10 -
Luchtkwaliteitsmetingen
Bij het uitvoeren van werkzaamheden in de verontreinigde zone moeten luchtkwaliteitsmetinge...
- 11 -
De risicobenadering sluit aan bij het Besluit Bodemkwaliteit (BBK) met de daarin opgenomen
achtergrondwaarden. Bij ...
- 12 -
Tabel 3: Groepen van maatregelen volgens veiligheidsklasse-indeling volgensCROW 132
Groep Basisklasse 1T 2T 3T
V&G-...
- 13 -
3.2.2 Werkzaamheden van de veldwerker
De veldwerker komt door zijn werkzaamheden in een bodemonderzoek in contact m...
- 14 -
Boortechnieken
De veldwerker heeft boortechnieken tot zijn beschikking om de bodemlagen te kunnen beschrijven en
te...
- 15 -
3.2.3 Omgevingsfactoren en werkterrein van de veldwerker
De veldwerker werkt op verschillende werkterreinen. Deze i...
- 16 -
Ten aanzien van de bescherming tegen chemische stoffen in de bodem wordt door de werkgever
persoonlijke bescherming...
- 17 -
3.3 Blootstellingsroutes
Door werkzaamheden in de bodem kunnen chemische stoffen in het lichaam van de veldwerker
k...
- 18 -
3.3.2 Blootstellingsroutes van de veldwerker
Ingestie van verontreinigde bodemdeeltjes
Bij het boren en/of graven d...
- 19 -
Inhalatie van bodemdeeltjes
Bij het zeven van grond door de veldwerker in verontreinigd grond, kunnen bodemdeeltjes...
- 20 -
3.3.4 Indirecte blootstellingsroutes van de veldwerker
De veldwerker kan te maken krijgen met een indirecte blootst...
- 21 -
3.4 Berekenenvan blootstelling in CSOIL2000
Er is een blootstellingsmodel CSOIL2000 ontwikkeld, door het RIVM, die ...
- 22 -
De andere blootstellingsscenario's zijn te ver verwijderd van de werksituatie van de veldwerker.
Blootstellingsscen...
- 23 -
Dermaal contact met verontreinigde bodemdeeltjes buiten
Het blootstellingsscenario 'wonen met tuin' werkt met de bl...
- 24 -
Inhalatie van dampen buiten
Het blootstellingsmodel 'wonen met tuin' werkt met de blootstellingsroute inhalatie van...
- 25 -
Parameter lichaamsgewicht (BWa)
In dit onderzoek wordt er vanuit gegaan dat de meeste veldwerkers Nederlandse manne...
- 26 -
Parameter hoeveelheid zwevende bodemdeeltjes uit lucht (TSP)
Tijdens werkzaamheden in het bodemonderzoek heeft de v...
- 27 -
Om hoofdstuk 3.4.2 te verduidelijken is tabel 6 gemaakt door de auteur, die inzichtelijk maakt welke
parameters de ...
- 28 -
4. Resultaten
4.1 Resultaten interne enquête Grondslag B.V.
Uit een interne enquête van Grondslag B.V.,blijkt dat v...
- 29 -
4.3 Resultaten blootstellingsroutes
Uit het literatuuronderzoek is gebleken dat voor de veldwerker niet alle bloots...
- 30 -
Handschoenen
Handschoenen worden door de veldwerker gedragen, om te voorkomen dat chemische stoffen uit de
bodem ni...
- 31 -
4.4 Resultaten berekenen van blootstelling veldwerker
Vergelijking risico-index 'wonen met tuin' versus 'veldwerker...
- 32 -
Uit tabel 7 valt te concluderen dat de risico-index een afname laat zien (behalve bij nikkel). De
veldwerker heeft ...
- 33 -
Zware metalen
De blootstellingsroute ingestie van grond draagt voor circa 92% bij aan de risico-index, voor de
chem...
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal
You’ve finished this document.
Download and read it offline.
Upcoming SlideShare
Pensamiento Critico
Next
Upcoming SlideShare
Pensamiento Critico
Next
Download to read offline and view in fullscreen.

Share

Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal

Download to read offline

Related Audiobooks

Free with a 30 day trial from Scribd

See all
  • Be the first to like this

Hoe veilig is het werken in een verontreinigde bodem(compleet)_K.Hoogeboom_1607516_MilieukundeDuaal

  1. 1. - 1 -
  2. 2. - 2 - Voorwoord Dit onderzoek heb ik uitgevoerd in het kader van mijn afstudeeropdracht voor de duale opleiding Milieukunde bij Hogeschool Utrecht,welke ik in de periode van 2011 tot 2015 heb gevolgd. De doelgroep van dit onderzoek is de grond-, weg- en waterbouwsector (GWW) in algemene zin, maar met name veldwerkers die bij milieuadviesbureaus werken en daarbij werkzaamheden uitvoeren in een 'mogelijk' verontreinigde bodem. Het onderzoek is bruikbaar voor brancheorganisaties en de regelgevers voor milieu- en arbeidsomstandigheden (Ministerie van Infrastructuur en Milieu en Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Tevens is dit onderzoek bruikbaar voor veiligheidskundigen bij de advisering van bedrijven, die werken met een verontreinigde bodem. Ik ben sinds 2009 actief in het werkveld rondom verontreinigde bodems en bodemsaneringen, in de functie van veldwerker bij drie verschillende milieuadviesbureaus. Tijdens mijn werkzaamheden werd duidelijk dat de verschillende milieuadviesbureaus en diverse collega's waarmee ik heb mogen samenwerken,de veiligheid- en gezondheidsrisico's anders benaderen. Tijdens mijn werkzaamheden werd duidelijk dat de GWW-sector er vanuit gaat dat grond, die schoon is voor de volksgezondheid ('milieu'), ook schoon is voor de veldwerker ('arbo'). Veldwerkers die gaan werken met verontreinigde bodem, moeten door hun werkgevers beschermd worden tegen gezondheidsrisico's. De milieuadviesbureaus bepalen zelf welke beschermingsmiddelen de veldwerker moeten dragen op basis van historisch vooronderzoek. Ik ben van mening dat het huidig bodeminstrumentarium, onvoldoende stuurt op gezondheidsrisico's die de veldwerker kan lopen, door blootstelling van chemische stoffen gedurende het uitvoeren van bodemonderzoek. Er is geen risico gestuurde aanpak ten aanzien van de blootstelling van de veldwerker tijdens zijn/haar werkzaamheden. Dit was voor mij de aanleiding om dit nader te onderzoeken. Mijn dank gaat uit naar Hans Hofmeester van Grondslag B.V, die als arbeidshygiënist mij intensief heeft begeleid tijdens het afstudeeronderzoek. Tevens wil ik het RIVM,in specifieke zin Ellen Brand en Piet Otten, bedanken voor het ter beschikking stellen van het blootstellingsmodel CSOIL2000 en de ondersteuning in de mogelijkheden binnen het blootstellingsmodel. Mijn dank gaat uit naar Jaap Meulstee, die het afstudeeronderzoek kritisch heeft kunnen beoordelen op aanpassingen in zinsbouw en spelling. Mijn dank gaat uit naar Laurens Steijn en Roger Klaver die mij intensief hebben begeleid in het aanbrengen van structuur en het leesbaar maken van het afstudeeronderzoek. Uiteraard bedank ik ook mijn naaste vrienden en familie die mij hebben geholpen bij het schrijven en beoordelen van het afstudeeronderzoek.
  3. 3. - 3 - Samenvatting Aanleiding De CROW 132 geeft geen specifieke verplichtingen tot het nemen van veiligheidsmaatregelen, wanneer er redelijkerwijs geen aanleiding is om een bodemverontreiniging te verwachten. De milieuadviesbureaus bepalen zelfstandig, welke beschermingsmiddelen de veldwerker moeten dragen op basis van uitgevoerd historisch vooronderzoek. Wanneer er in deze situatie toch een zintuiglijk afwijking wordt waargenomen door de veldwerker, kan de CROW 132 niet sturen op een te volgen werkwijze en het nemen van aanvullende veiligheidsmaatregelen. De CROW 132 stuurt echter welaan op volledige bescherming van veiligheid- en gezondheidsrisico’s, wanneer de bodemkwaliteit onbekend is, of over te gaan tot maatregelen wanneer uit historisch vooronderzoek of eerdere bodemonderzoek de bodemkwaliteit bekend is. In de praktijk wordt het historisch vooronderzoek beperkt uitgevoerd en gaat men meestal af op de bronnen van de opdrachtgever van het verkennend bodemonderzoek. Doelstelling en centrale vraagstelling Het doel van dit onderzoek is de veldwerker voldoende te beschermen tijdens de werkzaamheden, zodat er geen blootstellingsrisico is. Hiervoor is het van belang dat de veldwerker nooit een overmaat aan bescherming draagt, maar zeker niet te weinig beschermd wordt. Er moet per situatie worden bekeken welke bescherming of meetstrategie aan blootstellingsrisico nodig is. De centrale vraagstelling is: Hoe kan een veldwerker optimaal worden beschermd tegen chemische stoffen zonder dat een overmaat aan bescherming ontstaat? Onderzoek Middels een literatuuronderzoek is onderzoek verricht naar de werkzaamheden, handelswijze, omgevingsgebieden en blootstellingsroutes van de veldwerker tijdens het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek. De huidige methode, van het beoordelen van blootstelling aan personen, tijdens het verkennend bodemonderzoek is onderzocht. Resultaten Uit onderzoek is gebleken de huidige beoordelingssystematiek van blootstelling aan chemische stoffen in de bodem, onvoldoende aansluit bij de situatie van de veldwerkers. Het is niet mogelijk om een voorspellende waarde te kunnen hebben voor blootstellingsrisico's voorafgaand en tijdens werkzaamheden met een verontreinigde bodem. Door gebruik te maken van de onderzoeksgegevens is door de auteur een standaardpakket PBM (persoonlijk beschermingsmiddel), werkwijze ten aanzien van het aantreffen van zintuiglijke afwijking in de bodem en een flowschema om op te schalen in PBM-pakketten ontwikkeld. Het standaardpakket PBM is preventief bedoeld voor het wegnemen en verminderen van de kans op het activeren van blootstellingsroutes, ongeacht de bodemkwaliteit. Het standaardpakket PBM biedt optimale bescherming zonder dat een overmaat aan bescherming ontstaat. Het flowschema ten aanzien van een zintuiglijke afwijking in de bodem is risico gestuurd en geeft direct aan welke maatregelen in PBM of het verrichten van metingen aan blootstelling de veldwerker dient te nemen. Het flowschema om op te schalen in PBM-pakketten geeft de veldwerker de mogelijkheid om de gezondheid te waarborgen tijdens de werkzaamheden in de bodem. Uit onderzoek is gebleken dat het rekenmodel CSOIL2000 van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu), dat is ontworpen voor het beoordelen van de blootstelling aan personen, niet geschikt is voor de werksituatie van de veldwerker. Het rekenmodel CSOIL2000 rekent met waardes die van toepassing zijn op de 'wonende' mens. Door gebruik te maken van de onderzoekgegevens is door de auteur, in samenspraak met het RIVM, een nieuw blootstellingsscenario ‘veldwerker’ samengesteld. Het nieuwe blootstellingsscenario bevat enkel parameters en blootstellingsroutes, die van toepassing kunnen zijn voor het werken als veldwerker bij een milieuadviesbureau. Het nieuwe blootstellingsscenario ‘veldwerker’ laat zien dat er geen blootstellingsrisico is aan chemische stoffen in de bodem. Er zal preventief moeten worden gestuurd op de blootstellingsroutes ingestie van grond en dermaal contact met gronddeeltjes buiten om geen blootstellingsrisico te blijven houden. Hierdoor kan CSOIL2000 niet alleen gebruikt worden van 'omwonenden' maar ook voor professionele werkzaamheden in en met een verontreinigde bodem.
  4. 4. - 4 - Conclusie  Tijdens werkzaamheden in een verontreinigde bodem door de veldwerker zijn de blootstellingsroutes ingestie van grond, dermaal contact met gronddeeltjes, inhalatie van gronddeeltjes en inhalatie van vluchtige dampen/gassen van toepassing. Elke andere blootstellingsroute, die geldend is voor personen in een woonsituatie, is niet van toepassing in de werksituatie van de veldwerker.  De onvoorspelbaarheid van de blootstelling bij werkzaamheden in een verontreinigde bodem is een belangrijke onzekere factor voor het schatten van blootstellingsrisico's voor veldwerkers. Vanwege de onvoorspelbaarheid van blootstelling is een werkwijze met metingen van actuele blootstelling bij veldwerkers, vooral voor vluchtige chemische stoffen uit de bodem, belangrijk.  De blootstellingsroutes dermaal contact met bodemdeeltjes binnen, inhalatie van dampen binnen, consumptie van verontreinigde groenten en contact met verontreinigd drinkwater zorgen er voor dat in het blootstellingsscenario 'wonen met tuin' een blootstellingsrisico optreedt bij de stoffen kobalt en PCB-28 bij een concentratie die geldt voor de 95 percentiel humus- en lutumwaarde in Nederland.  De veldwerker heeft tijdens zijn werkzaamheden in het verkennend bodemonderzoek geen blootstellingsrisico aan chemische stoffen uit het standaardanalysepakket AS3000 bij een concentratie die geldt voor de 95 percentiel humus en lutumwaarde in Nederland.  Een veldwerker die zich niet beschermd tegen de blootstellingsroutes ingestie van grond, dermaal contact met bodemdeeltjes, inhalatie van bodemdeeltjes en inhalatie van gassen/dampen, zal leiden tot wijzigingen van diverse parameters in het blootstellingsmodel CSOIL2000. Er zal een toename van het risico-index plaatsvinden en daarmee een verhoogd risico op gezondheidsklachten op korte en/of lange termijn.  Door het verplicht stellen van een standaardpakket PBM in de CROW 132 tijdens het uitvoeren van bodemonderzoek, ongeacht de bodemkwaliteit is de veldwerker optimaal beschermd tegen chemische stoffen in de bodem, zonder dat een overmaat aan bescherming wordt gehanteerd. De ontworpen werkwijze bij zintuiglijke afwijkingen en het flowschema voor het opschalen in PBM- pakketten helpt de veldwerker bij onvoorziene blootstellingsrisico's tijdens werkzaamheden in het bodemonderzoek. Aanbevelingen  De CROW 132 dient de veiligheidsmaatregelen ter voorkoming van blootstellingsrisico’s bij veldwerkers passend te maken door een eenduidige passage op te nemen. De veiligheidsmaatregelen dienen niet meer te worden genomen op basis van verwachte bodemkwaliteit of historisch vooronderzoek, maar op het preventief voorkomen van blootstelling via de blootstellingsroutes van de veldwerker.  Er moet een nieuw blootstellingsscenario 'veldwerker’ door het RIVM in CSOIL2000 worden opgenomen, voor mensen die als professional bloot worden gesteld aan chemische stoffen vanuit de bodem.  Het RIVM moet in het blootstellingsmodel CSOIL2000 alle parameters toegankelijk maakt om wijzigingen in aan te brengen, zodat een valide blootstelling kan worden berekend.  De bodemadviesbureaus, ingenieursbureaus en andere branchegenoten uit de milieusector moeten meer tijd besteden om veldwerkers te overtuigen 'netjes' en 'hygiënisch' te werken. Door in te spelen op het gedrag en houding van de veldwerker kunnen veel blootstellingsrisico’s worden verkleind en niet meer optreden.  Onderhavig onderzoek uit te breiden met een praktijkonderzoek, omdat dit enkel een literatuurstudie en modellering betreft. Het toepassen van het standaardpakket PBM en de flowschema's dienen in de praktijk te worden getoetst op fouten en zwakten.  De resultaten uit dit onderzoek niet alleen te gebruiken voor veldwerkers, maar ook voor andere werknemers, die intensief bezig zijn met werkzaamheden in en met de bodem (bouwrijp maken, proefboren, grondverzet, leggen van kabels en leidingen, bouwen van kunstwerken, straten maken, groothandelaar zand en grond).
  5. 5. - 5 - Inhoudsopgave Samenvatting – 3 1. Inleiding – 6 1.1 Leeswijzer – 6 2.Aanleiding en doel – 7 2.1 Aanleiding – 7 2.2 Doelstelling – 7 2.3 Hoofdvraag – 7 3. Onderzoeksmethode – 8 3.1 Interne enquête Grondslag B.V. – 8 3.2 Literatuuronderzoek – 8 3.2.1 CROW 132 ‘werken in en met verontreinigde grond en verontreinigd (grond)water – 8 3.2.2 Werkzaamheden van de veldwerker – 13 3.2.3 Omgevingsfactoren en werkterreinen van de veldwerker – 15 3.3 Blootstellingsroutes – 17 3.3.1 Blootstellingsroutes algemeen – 17 3.3.2 Blootstellingsroute van de veldwerker – 18 3.3.3 Eliminatie van blootstellingsroutes bij de veldwerker – 19 3.3.4 Indirecte blootstellingsroutes van de veldwerker – 20 3.4. Berekenen van blootstelling in CSOIL2000 – 21 3.4.1 Berekenen van blootstelling in blootstellingsscenario ‘wonen met tuin – 22 3.4.2 Nieuw te vormen blootstellingsscenario ‘veldwerker’– 24 3.4.3 Gevoeligheidsanalyse CSOIL2000 – 27 4. Resultaten – 28 4.1 Resultaten interne enquête – 28 4.2 Resultaten literatuuronderzoek – 28 4.3 Resultaten blootstellingsroutes – 29 4.3.1 Invulling standaardpakket PBM – 29 4.3.2 Opschalen in PBM-pakketten – 30 4.4 Resultaten berekenen van blootstelling – 31 4.4.1 Gevoeligheidsanalyse CSOIl2000 - 32 5. Conclusie en aanbevelingen – 38 5.1 Conclusie – 38 5.2 Aanbevelingen - 38 Bijlage I Uitslag beknopte Enquête Grondslag B.V. februari 2014 Bijlage II Beschrijving van handelingen van de veldwerker in BRL-protocollen Bijlage III Boorgereedschappen van de veldwerker Bijlage IV Beschrijving van werkterreinen Bijlage V Beleidsmatige keuze blootstellingsscenario's Bijlage VI Werkwijze verrichten van luchtkwaliteitsmetingen bij zintuiglijke afwijkingen Bijlage VII Flowschema aanvullende pakketten PBM Bijlage VIII Uitwerking van beoordeling van blootstellingsroutes in blootstellingsscenario ‘wonen met tuin’ en het nieuw te vormen blootstellingsscenario ‘werken met verontreinigd grond’ in CSOIL2000 Bijlage IX Gevoeligheidsanalyse parameter dagelijkse inname 'AIDa' in CSOIL2000 Bijlage X Gevoeligheidsanalyse parameter blootstelling door bodem, buiten, volwassene 'TBao' in CSOIL2000 Bijlage XI Gevoeligheidsanalyse parameter inhalatieperiode, buiten, volwassene 'TIao' in CSOIL2000 Bijlage XII Gevoeligheidsanalyse parameter hoeveelheid zwevende deeltjes in lucht 'TSPo' in CSOIL2000
  6. 6. - 6 - 1. Inleiding Grenzen spelen een belangrijke rol in ons leven. Ons leven zelf is begrensd. De eerste grens van ons leven ligt bij de bevruchting, gevolgd door een wonderbaarlijk groeiproces. De laatste grens is onze dood. Grenzen zijn belangrijk voor alle levensvormen. Er zijn grenzen die houvast geven en grenzen die beperken. Grenzen die bepalen of iets of iemand zich binnen een samenleving bevindt of juist daarbuiten. Aan de andere kant van de grens bevindt zich iets anders (anders zou er geen sprake zijn van een grens). Soms is het lastig om over een grens te gaan. Soms stap je er zo maar overheen alsof die er niet is. Zonder grenzen zijn de mogelijkheden eindeloos. Er zijn grenzen die bestaan uit tijd of plaats. Er zijn echter ook onzichtbare grenzen, die alleen in gedachten bestaan. Elke grens is discutabel, zolang mensen verschillende meningen hebben. De grens met de ‘meeste stemmen’wordt over het algemeen aanvaard. Op dit moment wordt binnen de wereld van het werken met of in verontreinigde grond gewerkt,conform de systematiek, zoals beschreven in CROW publicatie 132 en AI blad 22. Blijf je binnen de grenzen van die publicaties, speel je 'op safe'. Begeef je je buiten die grens dan zijn de mogelijkheden eindeloos, maar bevind je je in niemandsland. Om nieuwe grenzen te trekken zijn mensen nodig die gezamenlijk staan achter een nieuwe grens, anders wordt het gebied buiten de grens niemandsland. Ik ben van plan over de grens van die publicaties heen te stappen en nieuwe grenzen neer te zetten. Wie heeft er zin om mee te gaan? Voor u ligt het uitgevoerde onderzoek naar de werkzaamheden van de veldwerker in relatie tot het nemen van maatregelen, op basis van blootstellingsrisico’s, tijdens het uitvoeren van werkzaamheden in verontreinigde grond. In het hierna volgende rapport is middels literatuuronderzoek en een interview met het RIVM, een uitgebreide scan gemaakt. Deze scan bevat onderdelen van de huidige wetgeving op het nemen van maatregelen, werkzaamheden, werkterreinen,blootstellingsroutes en beoordeling van blootstelling van de veldwerker. 1.1 Leeswijzer In het hierna volgende hoofdstuk (H2) wordt de aanleiding en het doel van het onderzoek uiteengezet.. In hoofdstuk 3 wordt onderzoek verricht op de huidige wetgeving, de werkzaamheden,de werkterreinen, de blootstellingsroutes en het berekenen van blootstelling van veldwerkers. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van het uitgevoerde literatuuronderzoek en modellering weergegeven. De conclusie en aanbevelingen staan in hoofdstuk 5, gevolgd door de bijlagen.
  7. 7. - 7 - 2. Aanleiding en doel 2.1 Aanleiding Explorerend onderzoek De veldwerkers, die werkzaam zijn binnen Grondslag B.V., geven met regelmaat aan dat volgens hen de veiligheids- en beschermende maatregelen die genomen dienen te worden, volgens publicatie 132 van de CROW,soms overmatig en soms juist onvoldoende zijn om goede bescherming te bieden. Er wordt een interne enquête gehouden over het nemen van maatregelen op het gebied van veiligheid en gezondheid onder de veldwerkers van Grondslag B.V. Milieubranche Via arbeidshygiënist Hans Hofmeester (Grondslag B.V.) ben ik gewezen op een discussieplatform binnen de netwerksite voor professionals, LinkedIn(1) . Diverse personen discussiëren over de bescherming van grondwerkers tegen chemische stoffen in de bodem. De discussie wordt gevoed door allerlei personen die werkzaam zijn als hogere veiligheidskundige (HVK),zelfstandig veiligheidsadviseur of als inspecteur bij de Arbeidsinspectie. In de discussie worden literatuuronderzoek, documenten en referenties geplaatst over de veiligheids- en beschermingsmaatregelen die genomen dienen te worden bij werkzaamheden met een verontreinigde bodem. Dikwijls is hierbij CROW 132 onderwerp van gesprek. Doordat verschillende personen in hun werkfunctie, de discussie voeden en bij verschillende bedrijven of instellingen werken, maak ik op dat het probleem van het nemen van maatregelen bij het werken in een verontreiniging leeft in de milieubranche. Evaluatierapport RIVM Via de LinkedIn-discussie ‘werken met verontreinigd grond’ word ik getriggerd tot het lezen van een evaluatierapport(2) van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). In dit evaluatierapport wordt de conclusie getrokken dat de bestaande bodemnormen niet geschikt zijn om gezondheidsrisico’s voor werkende mensen te bepalen. Wellicht is het door middel van het uitvoeren van literatuuronderzoek dit in de toekomst welmogelijk. Persoonlijke ervaring Naast de hierboven genoemde aanleidingen heb ik zelf ook ervaren dat er onduidelijkheden zijn op het gebied van beschermingsmaatregelen tijdens mijn eigen werkzaamheden als veldwerker. Dit is de reden waarom ik mijn afstudeeronderzoek op het gebied van veiligheid- en gezondheidsrisico’s en de te nemen maatregelen voor veldwerkers bij milieuadviesbureau wil uitvoeren. 2.2 Doelstelling Het doel van dit onderzoek is de veldwerker voldoende te beschermen tijdens de werkzaamheden, zodat er geen blootstellingsrisico is. Daarbij moet men de veldwerker niet onnodig teveelbescherming laten dragen. Er moet per situatie worden bekeken welke bescherming of meetstrategie aan blootstellingsrisico nodig is. 2.3 Hoofdvraag Hoe kan een veldwerker optimaal worden beschermd tegen chemische stoffen zonder dat een overmaat aan bescherming ontstaat? (1) LinkedIn-discussie, Werken met verontreinigde grond, -wateren waterbodem, https://www.linkedin.com/grp/home?gid=3634917, geraadpleegd14 februari 2015 enopvolgend. (2) J. Wezenbeeket al, Evaluatie van de toepassingvanhet bodeminstrumentariumvoorhet beoordelenvanarbeidsrisico's van het werken met verontreinigde bodem, RIVM, 2014, rapport nr.320002004/2013
  8. 8. - 8 - 3. Onderzoeksmethode Om de doelstelling te bereiken en de hoofdvraag te kunnen beantwoorden zal zich dit onderzoek richten op de werkzaamheden, werkterreinen, blootstellingsroutes en beoordeling van blootstelling van de veldwerker tijdens het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek. Er wordt enkel gekeken naar de blootstelling die de veldwerker kan krijgen tijdens zijn werkzaamheden. De blootstelling die de veldwerker naast zijn werkzaamheden,zoals werken in de tuin of inname van chemische stoffen in de kind-fase worden niet meegenomen. 3.1 Interne enquête Grondslag B.V. De veldwerkers, die werkzaam zijn binnen Grondslag B.V., geven met regelmaat aan dat volgens hen de veiligheids- en beschermende maatregelen die genomen dienen te worden, volgens publicatie 132 van de CROW,soms overmatig en soms juist onvoldoende zijn om goede bescherming te bieden. De interne enquête bevat twee vragen over de invulling van de veiligheidsmaatregelen tijdens het werken in een verontreinigde bodem. De vragen komen voort uit de huidige invulling van de veiligheidsmaatregelen in de CROW 132. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de maatregelen in de basisklasse en maatregelen met een T en F-klasse aanduiding. Omdat de twee vragen generalisaties betreffen, worden er twee vragen gesteld in hoeveel procent van de gevallen het gegeven antwoord voorkomt. De vragen kunnen worden beantwoordt door middel van een multiplechoice antwoord. Indien van toepassing kan er uitleg worden gegeven op het multiplechoice antwoord door de veldwerker. De vragen zijn via de e-mail verspreid onder de 16 veldwerkers van Grondslag B.V. Ondanks dat het aantal ondervraagden klein is, wordt de uitkomst van de interne enquête als valide beschouwd voor veldwerkers binnen Nederland. De antwoorden uit de interne enquête worden geëvalueerd. De resultaten van de interne enquête zijn te vinden in hoofdstuk 4.1. 3.2 Literatuuronderzoek 3.2.1 CROW 132 'Werken in of met verontreinigde grond en verontreinigd (grond)water' De bestaande norm publicatie 132 'werken in verontreinigde grond en verontreinigd (grond)water' van de CROW (kennisplatform voor infrastructuur, verkeer,vervoer en openbare ruimte) zorgt voor het nemen van veiligheids- en gezondheidsaspecten bij het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek. De informatie is van belang voor het beantwoorden van de hoofdvraag, omdat de bestaande wet- en regelgeving een goede basis is om te weten wat overbodig is en wat er ontbreekt. De informatie komt voor uit literatuuronderzoek. Het literatuuronderzoek bestaat uit het bestuderen van de CROW 132(1) . De resultaten van het literatuuronderzoek zijn te vinden in hoofdstuk 4.2. Bodemonderzoek In hoofdstuk 3 van de CROW 132 wordt aandacht geschonken aan het bodemonderzoek. Het bodemonderzoek moet de gegevens opleveren, die nodig zijn om de arbeidshygiënische risico's en de veiligheidsklasse T&F-klasse te kunnen bepalen. Tijdens het bodemonderzoek moeten de aard, de omvang en de concentraties van mogelijk aanwezig verontreinigingen in de bodem worden vastgelegd. Om uitsluitsel te krijgen over het risico van blootstelling aan toxische stoffen of het ontstaan van brandbare en/of explosieve damp/luchtmengsels, is het noodzakelijk te weten wat het effect van de chemische stoffen is en hoe groot de kans is op een negatief effect. (1) CROW 132,'Werken in ofmet verontreinigdgronden verontreinigd(grond)water,CROW, december 2008,4de druk, ISBN 978 90 6628 528 6
  9. 9. - 9 - Historisch vooronderzoek De CROW 132(1) refereert in hoofdstuk 3.2 aan het uitvoeren van een degelijk historisch vooronderzoek. Op basis van deze gegevens wordt vastgesteld of er sprake kan zijn van bodemverontreiniging. Dit historisch vooronderzoek is nodig om maatregelen te treffen bij de voorbereiding van de werkzaamheden van de veldwerker. Indien het historisch vooronderzoek onvoldoende of geen bodeminformatie oplevert moet het verkennend onderzoek breed worden uitgevoerd. In de praktijk wordt de informatie uit het historisch vooronderzoek niet of nauwelijks gedeeld met de veldwerker. Arbeidshygiënische maatregelen Bij alle bodemonderzoeken zijn de volgende arbeidshygiënische maatregelen van belang om blootstellingsrisico's te beperken tot een, volgens huidige inzichten, aanvaardbaar minimum:  Alle personen die betrokken zijn bij veldwerk moeten in het bezit zijn van een geschiktheidsverklaring op basis van een medische keuring.  Roken, eten en drinken tijdens het uitvoeren van veldwerkzaamheden zijn verboden. Deze handelingen mogen alleen plaatsvinden in de (lunch)pauzes, buiten de verontreinigde zone in de daarvoor bestemde ruimte. Deze ruimte moet zijn afgescheiden van onderzoeksmateriaal en veldwerkmateriaal (ook in geval van bestelbussen, d.w.z. scheiding tussen cabine en laadruimte).  Er moeten middelen aanwezig zijn voor het reinigen van handen en gezicht (zeep, waswater en/of vochtige reinigingsdoekjes). Projectvoorbereiding bodemonderzoek De CROW 132(1) gaat in hoofdstuk 3.3 door op het verrichten van werkzaamheden in een verkennend bodemonderzoek. Omdat in deze onderzoeksfase nog niet duidelijk is of er sprake is van een verontreiniging en om welke verontreinigde stoffen het eventueel gaat,moeten ook in deze fase al maatregelen worden getroffen om mogelijke blootstelling te voorkomen. Bij het uitvoeren van het bodemonderzoek kan nog geen veiligheidsklasse worden bepaald, de ernst van de verontreiniging moet immers nog worden vastgesteld. Bij het bodemonderzoek gaat het vaak om een grote verscheidenheid aan (mogelijke) verontreinigende chemische stoffen, zowel in plaats in de grond, omvang als aard. De projectvoorbereider maakt een globale inschatting welke blootstellingsrisico’s de veldwerker zou kunnen lopen op basis van bevindingen uit het historisch vooronderzoek. Onderzoekslocatie verkennend bodemonderzoek De plaats waar de veldwerker de werkzaamheden ten behoeve van het onderzoek uitvoert, moet worden beschouwd als verontreinigde zone en moet als zodanig worden gemarkeerd. Een verontreinigde zone is een aangegeven gebied waarbinnen verontreinigingen boven de interventiewaarde (>I) in de bodem kunnen voorkomen of zijn vastgesteld. Persoonlijke bescherming Op basis van het historisch vooronderzoek kan worden bepaald wat de kans is op blootstelling aan toxische stoffen.Aan de hand van deze risico-inschatting wordt het pakket aan persoonlijke beschermingsmiddelen vastgelegd. Dit wordt opgenomen in de projectvoorbereiding van het bodemonderzoek. (1) CROW 132, 'Werken in ofmet verontreinigdgronden verontreinigd(grond)water, CROW,december 2008,4de druk, ISBN 978 90 6628 5286
  10. 10. - 10 - Luchtkwaliteitsmetingen Bij het uitvoeren van werkzaamheden in de verontreinigde zone moeten luchtkwaliteitsmetingen worden uitgevoerd. De meetresultaten kunnen eventueel aanleiding geven tot het aanpassen van het persoonlijk beschermingsmiddelenpakket en het gebruik van adembescherming.(1) In de praktijk worden de luchtkwaliteitsmetingen niet of nauwelijks uitgevoerd, omdat in 99% van alle boringen in de grond geen meetresultaten worden verricht met luchtkwaliteitsmetingen. Geurwaarnemingen Wanneer een werknemer (chemische) geuren ruikt, moeten luchtkwaliteitsmetingen uitgevoerd worden. Het verrichten van geurwaarnemingen op monsters is niet toegestaan. Veelverontreinigingen kunnen door hun karakteristieke geur tijdig worden waargenomen. Bij sommige chemische stoffen waarschuwt de geur echter onvoldoende of te laat. De werknemer moet daarom kunnen beschikken over goede luchtbemonsteringsappatuur. In de praktijk worden geurwaarnemingen niet direct gekoppeld aan het verrichten van luchtkwaliteitsmetingen door de veldwerker. Veiligheidsklasse In hoofdstuk 1.6 van de CROW 132(1) is vastgelegd dat de publicatie niet het begrip risicoklasse maar het begrip 'veiligheidsklasse' hanteert. Dit omdat er wordt gestuurd op de veiligheids- en gezondheidsaspecten. Uitgangspunt is dat er wordt gegarandeerd dat werknemers de werkzaamheden op een veilige wijze kunnen uitvoeren. De veiligheidsklassen zijn onderverdeeld op basis van de hoogte van het risico. Het risico bepaalt welke maatregelen getroffen moeten worden. De veiligheidsklassen bestaan uit Basisklasse en T&F-klassen. De T-klasse geeft het risico van blootstelling aan chemische stoffen aan. De F-klasse is een indicatie voor de brandbaarheid en explosiegevaar. Indeling T&F-klasse De Arbo-richtlijn CROW 132 ‘werken in en met een verontreinigde bodem’ is gebaseerd op een onderzoek(2) van de Arbeidsinspectie (AI). Het risico op blootstelling van een chemische stof werd uitgedrukt in een zogenaamde toxiteitsklasse (T-klasse). De T-klasse bepaalt welke maatregelen noodzakelijk zijn bij de werkzaamheden. De T-klasse word bepaald aan de hand van het effect van een bepaalde stof en de kans dat men aan deze stof werd blootgesteld. Het effect wordt bepaald door de LD50-waarde van de aangetroffen stof in de bodem en bepaalt een voorlopige klasse. De LD50- waarde is gebaseerd op een waarde waarbij 50% van een organisme (proefdier) komt te overlijden. In tabel 1 is aangegeven welke LD50-criteria passend is bij een voorlopige T-klasse. Tabel 1: Indelingscriteria voorlopige T-klasse volgens CROW132 LD50- oraal rat (mg/kg lichaamsgewicht) LD50 percutaan rat/konijn (mg/kg lichaamsgewicht) LD50 inhalatoir rat (mg/kg lichaamsgewicht) Voorlopige T-klasse 200 – 2000 400 – 2000 2 – 20 1T 25 – 200 50 – 400 0,5 – 2 2T < 25 < 50 < 0,5 3T Carcinogene stoffen 3T *oraal is opname via de mond, percutaanis opnamevia huis, inhalatoir is opname via ademhaling. (1) P.F. Otteet al, Richtlijn voor luchtmetingen voor de risicobeoordelingvanbodemverontreiniging, RIVM, RIVM rapport 711701048/2007 , pagina 40 t/m 45 (2) Arbo-informatieblad22, Werkenmet verontreinigde gronden/of grondwater,vierde druk (Sdu)
  11. 11. - 11 - De risicobenadering sluit aan bij het Besluit Bodemkwaliteit (BBK) met de daarin opgenomen achtergrondwaarden. Bij een bodemverontreiniging boven de I-waarde word een T-klasse vastgesteld op basis van de LD50-waarden van de overschrijdende stof (tabel 2). Dit wordt gedaan aan de hand van een overzichtslijst, beheerd door de CROW. Indien de bodem niet ernstig is verontreinigd maar valt in de kwaliteitsklasse Industrie, vallen de grondwerkzaamheden in de Basisklasse. Voor bodem in de kwaliteitsklasse achtergrondwaarde en wonen is geen basisklasse en T-klasse van toepassing, er zijn geen veiligheidsmaatregelen van toepassing. Deze koppeling is weergegeven in tabel 2. Tabel 2: Veiligheidsklasse en bodemfunctieklasse koppeling volgensCROW 132 Kwaliteitsklasse BBK Grenzen BBK Veiligheidsklasse CROW132 Schoon en wonen “0” t/m bovengrens klasse Wonen Geen Industrie tot de I-waarde Bovengrens klasse wonen t/m I- waarde Basisklasse Ernstig verontreinigde bodem Boven I-waarde 1T bij LD50-waarden 200-2000 2T bij LD50-waarden 25-200 3T bij LD50-waarden < 25 3T bij carcinogene, mutagene of reprotoxische stoffen De veiligheidsklasse bepaalt vervolgens welke maatregelen noodzakelijk zijn bij de uitvoering van de werkzaamheden. De hoogte van de veiligheidsklasse bepaalt de intensiteit van de maatregelen. De maatregelen kunnen onderverdeeld worden in 11 groepen. In de CROW 132 is vastgelegd dat bij kans op stofvorming / aërosolen geen T-klasse bepaald wordt. Een veiligheidsdeskundige dient de situatie te beoordelen. De reden hiervoor is dat bepaalde verontreinigingen kunnen 'meeliften' aan bodemdeeltjes en als volgt ingeslikt of ingeademd kunnen worden. De CROW 132 richt zich voornamelijk op vluchtige chemische stoffen. De CROW 132 onderstreept het verrichten van metingen naar vluchtige chemische stoffen en de aanwezigheid van deze stoffen in de lucht. De blootstelling van niet-vluchtige stoffen wordt ter oordeel van de betrokken veiligheidsdeskundige overgelaten. In alle veiligheidsklasse is het treffen van hygiënische maatregelen vereist. In tabel 3 worden de maatregelen volgens de veiligheidsklasse gerangschikt in groepen.
  12. 12. - 12 - Tabel 3: Groepen van maatregelen volgens veiligheidsklasse-indeling volgensCROW 132 Groep Basisklasse 1T 2T 3T V&G-plan en logboek Ja Ja Ja Ja Betrokkenheid van deskundige DLP MVK HVK HVK Medische geschiktheid Geen Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Voorlichting en instructie DLP MVK HVK HVK Zonering onderzoekslocatie Ja Ja Ja Ja Luchtkwaliteitsmeting Meten naar vluchtige chemische stoffen bij geurwaarneming Meten naar vluchtige chemische stoffen volgens vastgestelde frequentie Meten naar vluchtige chemische stoffen volgens vastgestelde frequentie, bij stofdeeltjes stofsampling door high flow sampler Meten naar vluchtige chemische stoffen volgens vastgestelde frequentie,bij stofdeeltjes stofsampling door high flow sampler, op advies HVK personal air sampler Arbeidshygiënische voorzieningen Basishygiëne 3 traps saneringsunit + wasstraat voor materieel Meten naar vluchtige chemische stoffen volgens vastgestelde frequentie, bij stofdeeltjes stofsampling door high flow sampler Meten naar vluchtige chemische stoffen volgens vastgestelde frequentie,bij stofdeeltjes stofsampling door high flow sampler Graafmachine Geen vereiste Filteroverdruk- systeemop cabine graafmachine Filteroverdruksysteem op cabine graafmachine + vrachtwagens voor transport Filteroverdruksysteem op cabine graafmachine + vrachtwagens voor transport PBM's Saneringsoverall, veiligheidshand- schoenen, veiligheids- laarzen / - schoenen (waterdichte overall indien nodig) Saneringsoverall, veiligheidshandsch oenen, veiligheidslaarzen / -schoenen (waterdichte overall indien nodig) Saneringsoverall, veiligheidshandschoen en, veiligheidslaarzen / -schoenen (waterdichte overall indien nodig) Saneringsoverall, veiligheidshandschoenen, veiligheidslaarzen / - schoenen (waterdichte overall indien nodig) Emissiebeperking Depotvorming voorkomen, depots nathouden of met folie afdekken Depotvorming voorkomen, depots nathouden ofmet folie afdekken Depotvorming voorkomen, depots nathouden ofmet folie afdekken Depotvorming voorkomen, depots nathouden ofmet folie afdekken Algemene regels(eten, drinken,roken verboden in vuile gebieden) Ja Ja Ja Ja
  13. 13. - 13 - 3.2.2 Werkzaamheden van de veldwerker De veldwerker komt door zijn werkzaamheden in een bodemonderzoek in contact met een mogelijke verontreinigde bodem. Deze informatie is van belang voor het beantwoorden van de hoofdvraag, omdat de werkzaamheden van de veldwerker samenhangen met de beschermingsmaatregelen voor veiligheid en gezondheid. De informatie komt voort uit literatuuronderzoek. Het literatuuronderzoek bestaat uit het bestuderen van protocollen van het SIKB (Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer). De resultaten van het literatuuronderzoek zijn te vinden in hoofdstuk 4.2. Handelingen van de veldwerker De veldwerker wordt door een milieuadviesbureau ingezet als beroepsmatig uitvoerend persoon van een milieutechnisch onderzoek. De veldwerker moet zich daarbij houden aan de gestelde normdocumenten van het milieutechnisch onderzoek. Een veldwerker dient voldoende kennis te hebben van deze normdocumenten. De veldwerker wordt door een externe keuringsinstantie geaudit op kennis en vaardigheden ten aanzien van het milieutechnisch onderzoek. Wanneer de keuringsinstantie de kennis en vaardigheden op waarde heeft geschat,schrijft de keuringsinstantie een certificaat uit en mag de veldwerker zelfstandig werkzaamheden uitvoeren. Jaarlijks worden veldwerkers intern en extern geaudit op de juistheid en precisie van de normdocumenten. De veldwerker heeft te maken met BRL-protocollen die zijn opgesteld door het SIKB. De BRL- protocollen zijn samenvoegingen van een aantal Nederlandse Normen (NEN-normen). Het BRL- protocol legt vast waar een milieutechnisch onderzoek aan moet voldoen volgens de Nederlandse wetgeving. De veldwerker heeft te maken met de volgende SIKB normdocumenten: SIKB BRL 1000 Monsterneming voor partijkeuringen(1)  Protocol 1001: Monsterneming voor partijkeuringen grond en baggerspecie  Protocol 1002: Monsterneming voor partijkeuringen niet-vormgegeven bouwstoffen  Protocol 1003: Monsterneming voor partijkeuringen vormgegeven bouwstoffen (zelden)  Protocol 1004: Monsterneming te storten korrelvorminge afvalstoffen (zelden) SIKB BRL 2000 Veldwerk bij milieuhygiënisch onderzoek(2)  Protocol 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen  Protocol 2002: Het nemen van grondwatermonsters  Protocol 2003: Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek  Protocol 2018: Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem De werkzaamheden van een veldwerker zijn per protocol verschillend. In algemene zin voert de veldwerker een bodembewerking uit en neemt bodemmonsters. De handelingen van de veldwerker tijdens een milieutechnisch bodemonderzoek in de diverse protocollen is weergegeven in bijlage II. Boorgereedschap De veldwerker rust zijn veldwerkbus uit met geschikt boorgereedschap om een boorgat te maken tot de gewenste diepte. De veldwerker heeft een uiteenlopend arsenaalaan boorgereedschap nodig om voor alle protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018 inzetbaar te zijn. Het boorgereedschap is bedoeld voor het nemen van geroerde bodemmonsters en ongeroerde bodemmonsters. Het boorgereedschap wordt nader toegelicht in bijlage III. (1) BRL SIKB 1000 Veldwerk milieuhygiënischbodem-en waterbodemonderzoek (certificatie), www.sikb.nl/lijstbrl000, geraadpleegd2 februari 2015 (2) BRL SIKB 2000 Veldwerk milieuhygiënischbodem-en waterbodemonderzoek (certificatie), www.sikb.nl/lijstbrl2000, geraadpleegd5 februari 2015
  14. 14. - 14 - Boortechnieken De veldwerker heeft boortechnieken tot zijn beschikking om de bodemlagen te kunnen beschrijven en te kunnen bemonsteren. De meest gebruikelijke boortechniek is het handmatig boren. Een andere boortechniek ,mechanisch boren, wordt gebruikt bij het zetten van diepe boringen of het bereiken van de bodem onder een verhardingslaag. Binnen dit afstudeeronderwerp is de boortechniek mechanisch boren niet behandeld, omdat de veldwerker deze boortechniek niet of nauwelijks gebruikt. Het zetten van diepe boringen wordt door milieuadviesbureaus vaak uitbesteed aan een geotechnisch adviesbureau. Handmatig boren Ten aanzien van het plaatsen van handboringen en peilbuizen zijn de protocollen 2001, 2003 en 2018 van toepassing. Bij het handmatig boren van een boorgat kan maximaal circa 10 meter onder het maaiveld worden bereikt. Bij het handmatig boren wordt een boorkruk voorzien van een van de boorgereedschappen (uit bijlage III). Handmatig boren is geschikt voor het boren in de bodem boven en onder de grondwaterstand. Voor het boren in de bodem ver onder de grondwaterstand is deze boortechniek minder geschikt, door een stuwende waterdruk. De veldwerker komt tijdens het handmatig boren direct in contact met grond, grondwater en baggerspecie. Hierbij gaat het om een geringe hoeveelheid grond die wordt opgeboord. Tijdens het asbestonderzoek wordt de bodem gezeefd met een grindzeef. De veldwerker komt hierbij erg dicht op het bodemmateriaal (armlengte afstand). Inzet van hydraulisch apparatuur Soms wordt er tijdens bodemonderzoek gebruik gemaakt van een kraan. Voorbeelden hiervan zijn het maken van proefsleuven in gedempte sloten of stortplaatsen, maar ook bij nader asbestonderzoek in puinpaden. Daarbij is het volume grond dat wordt ontgraven groter dan bij de handmatige boortechniek. De veldwerker kan tijdens het ontgraven van de bodem echter op een grotere afstand blijven. Bij de bemonstering en beoordeling komt de veldwerker direct in contact met grond en/of grondwater. Om harde lagen in de bodem te doorboren gebruikt de veldwerker een ramguts of een jekker. Door middel van een elektrisch, pneumatische of hydraulische hamer wordt de ramguts in de grond gedreven. Een jekker wordt elektrisch aangestuurd. Bij het gebruik van de jekker komt de veldwerker direct in contact met grond (armlengte afstand). Bij het boren met een ramguts wordt een geringe hoeveelheid grond opgeboord. De veldwerker komt echter weldirect in contact met grond en grondwater.
  15. 15. - 15 - 3.2.3 Omgevingsfactoren en werkterrein van de veldwerker De veldwerker werkt op verschillende werkterreinen. Deze informatie is van belang voor het beantwoorden van de hoofdvraag, omdat de verschillende werkterreinen ook verschillende chemische stoffen in de bodem, voor de veldwerker betekend. De informatie om deze deelvraag te beantwoorden komt uit literatuuronderzoek. Het literatuuronderzoek bestaat uit informatie van cahiers van het SKKB (Stichting Kennisontwikkeling Kennisoverdracht Bodem). De informatie met betrekking tot hoe een verontreiniging in een werkterrein is ontstaan, komt grotendeels voort uit de werkervaring van de auteur. De resultaten van het literatuuronderzoek zijn te vinden in hoofdstuk 4.2. Omgevingsfactoren De veldwerker heeft een flinke variatie aan werkterreinen waar werkzaamheden ten aanzien van het milieuhygiënisch bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd. Het komt geregeld voor dat de veldwerker op een dag meerdere werkterreinen bezoekt om werkzaamheden te verrichten. Het kan ook voorkomen dat de veldwerker voor een lange periode op één werkterrein werkzaamheden verricht. Voor elk werkterrein is de veldwerker alert op diverse veiligheidsaspecten. In de ruimte en omgeving waarin de veldwerker met zijn boorgereedschappen werkt, zijn omgevingsfactoren die een effect kunnen hebben op het lichaam. Een koude vochtige werkplek is niet prettig om in te werken en deze kan gezondheidsklachten veroorzaken. Net als een te warme werkplek of een ruimte waar weinig daglicht binnenkomt. Ook andere omgevingsfactoren kunnen schadelijk zijn voor het lichaam (bijv. machines die te veel lawaai produceren of een bepaald soort straling). De manier waarop de veldwerker zich kan beschermen op weersinvloeden en omgevingsfactoren tijdens de werkzaamheden wordt niet in dit afstudeeronderzoek meegenomen. Werkterrein De veldwerker komt met het uitvoeren van milieuhygiënisch bodemonderzoek op verschillende werkterreinen. Op basis van historisch vooronderzoek (NEN 5725) kan van een werkterrein voorafgaand ingeschat worden of er chemische stoffen in de bodem aanwezig kunnen zijn, die schadelijk voor de gezondheid van de veldwerker zijn. Het inzetten van PBM's door de veldwerker wordt in die gevallen bepaald door een bodemadviseur of bodemprojectleider. Soms komt het voor dat een hogere veiligheidsdeskundige of arbeidshygiënist het inzetten van PBM's aanbeveelt aan de veldwerker. Elk werkterrein heeft over het algemeen een bepaalde verontreiniging van chemische stoffen in de bodem of het is zeer aannemelijk dat een chemische stof in de bodem aanwezig is. De werkterreinen waar een veldwerker zijn werkzaamheden kan uitvoeren zijn:  Openbaar terrein Particulier terrein Industrie terrein  Tanklocaties Agrarisch gebied Gasfabriek terrein  Chemische wasserijen Olieraffinaderijen Stortplaatsen  Op en langs oppervlaktewater Langs het spoor Op en langs de weg In bijlage IV worden de verontreinigingen aan chemische stoffen die kunnen worden verwacht in de bodem per werkterrein weergegeven. Werkkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen De veldwerker werkt over het algemeen in de buitenlucht. Hierbij is het van belang dat de veldwerker voor zijn eigen gezondheid zich beschermt tegen weersinvloeden. De veldwerker beschermt zich tegen zon, regen,wind, koude en warme temperaturen. Hiervoor stelt de werkgever van de veldwerker persoonlijke werkkleding beschikbaar. Deze persoonlijke werkkleding zijn bijvoorbeeld: werkbroeken, werktruien, werkshirts, regenjassen, regenbroeken en thermokleding. Het schoeisel voor de veldwerker wordt door de werkgever eveneens verstrekt in de vorm van veiligheidsschoenen en veiligheidslaarzen voorzien van een stalen neus tegen stoten en het voorkomen van andere voetblessures..
  16. 16. - 16 - Ten aanzien van de bescherming tegen chemische stoffen in de bodem wordt door de werkgever persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM's) beschikbaar gesteld voor de veldwerker. Het dragen van deze PBM's is per werkterrein vaak verschillend, zie onderstaand tabel 4. PBM’s worden afgestemd op de te verwachten verontreinigingen in het werkterrein en de blootstellingsrisico’s. Tabel 4: Werkterreinen van de veldwerkerin relatie tot voorkomen chemische stoffen,algemeen beeld van bodemkwaliteit, aanvullende PBM's en invloed van weeromstandigheden (Tabel komt voort uit eigen literatuuronderzoek op basis van hoofdstuk 3.2.1 en 3.2.2). Werkterrein Voorkomen chemische stoffen in de bodem PBM’s als standaard? Blootstellingsrisico vluchtige chemische stoffen? Indicatie blootstellingsroute richting veldwerker(#) Openbaar terrein Minerale olie Niet-vluchtige stoffen PAK / PCB Nee Ja Contact met grond (Inademen gronddeeltjes) (Inademen gassen) Particulier terrein Aromaten Minerale olie Niet-vluchtige stoffen PAK / PCB Nee Ja Contact met grond (Inademen gronddeeltjes) (Inademen gassen) Industrieterrein Aromaten Minerale olie Niet-vluchtige stoffen PAK / PCB Nee Ja Contact met grond (Inademen gronddeeltjes) (Inademen gassen) Tanklocaties Aromaten Minerale olie Ja Ja Contact met grond (Inademen gronddeeltjes) (Inademen gassen) Agrarisch gebied Bestrijdingsmiddelen Niet-vluchtige stoffen Nee Nee Contact met grond (Inademen gronddeeltjes) Gasfabriek terrein Aromaten Cyanide Minerale olie Niet-vluchtige stoffen PAK / PCB Ja Ja Contact met grond (Inademen gronddeeltjes) (Inademen gassen) Chemische wasserijen Niet-vluchtige stoffen VOCL Nee Ja Contact met grond (Inademen gassen) Olieraffinaderijen Minerale olie PAK / PCB Ja Ja Contact met grond (Inademen gassen) Stortplaatsen Aromaten Asbest Cyanide Dioxine Minerale olie Niet-vluchtige stoffen PAK / PCB Radioactief afval Ja Ja Contact met grond (Inademen gronddeeltjes) (Inademen gassen) Op en langs water Minerale olie Niet-vluchtige stoffen PAK / PCB Ja Nee Contact met grond Langs het spoor Bestrijdingsmiddelen Minerale olie Aromaten Niet-vluchtige stoffen PAK / PCB Ja Ja Contact met grond (Inademen gronddeeltjes) (Inademen gassen) Op en langs de weg Aromaten Niet-vluchtige stoffen Minerale olie PAK / PCB Ja Ja Contact met grond (Inademen gronddeeltjes) (Inademen gassen) (#) = Het inademenvangronddeeltjes is alleen van toepassingals de veldwerker gebruikt maakt vanprotocol 2018.Het inademenvan gassen is alleen van toepassingals de veldwerker zintuiglijkeafwijkingen (kleur/geur) waarneemt tijdens zijn werkzaamheden.
  17. 17. - 17 - 3.3 Blootstellingsroutes Door werkzaamheden in de bodem kunnen chemische stoffen in het lichaam van de veldwerker komen, de blootstellingsroutes. Welke blootstellingsroutes voor de veldwerker gelden komt voort uit de bevindingen van hoofdstuk 3.2. De combinatie van manier van uitvoeren en de aanwezigheid van chemische stoffen op het werkterrein waarop gewerkt wordt, zijn van invloed op het activeren van blootstellingsroutes. Deze informatie is van belang voor het beantwoorden van de hoofdvraag, omdat er voor verschillende blootstellingsroutes ook verschillende beschermingsmaatregelen moeten worden genomen. De informatie om deze deelvraag te beantwoorden komt voor uit literatuuronderzoek. Het literatuuronderzoek bestaat uit onderzoeksrapporten van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). Daarnaast is er informatie gehaald uit cahiers van het SKKB en op de website van de Arbeidsinspectie. De resultaten van het literatuuronderzoek zijn te vinden in hoofdstuk 4.3. Giftigheid van chemische stof Een chemische stof kan nog zo giftig zijn, er is geen enkel gezondheidsrisico als de veldwerker niet blootgesteld wordt aan de stof. De eigenschappen van de chemische stof bepalen het intrinsieke gevaar van de stof, maar de kans op gezondheidsschade wordt bepaald door de wijze waarop en de duur en frequentie waarmee de veldwerker wordt blootgesteld aan de stof. Een stof kan pas een schadelijk effect op het lichaam hebben als het lichaam wordt blootgesteld. Bij stoffen met een lokaal effect (bijtende en irriterende stoffen) moet er contact zijn tussen de chemische stof en het weefsel:de huid, de slijmvliezen, de longen of de ogen. Bij chemische stoffen met een systemisch effect moet de chemisch stof worden opgenomen in het lichaam. Er zijn voor chemische stoffen drie opnameroutes: via de ademhaling, door de huid en door inslikken. Verder is het onderscheid tussen vluchtige en niet vluchtige verontreinigingen van groot belang voor de blootstellingroutes. 3.3.1 Blootstellingsroutes algemeen De mens kan op diverse manieren in directe aanraking komen met een bodemverontreiniging. De blootstellingroutes worden bepaald door de activiteit die de mens uitvoert. Aangezien de activiteiten die een veldwerker uitvoert anders zijn, dan de activiteiten die iemand uitvoert die op het betreffende perceelwoont in een woonhuis met tuin, zullen ook de blootstellingroutes van beide verschillen van elkaar.(1) Blootstelling aan bodemverontreinigingen door mensen is mogelijk door de mogelijke blootstellingsroutes:  Ingestie van verontreinigde bodemdeeltjes  Dermaalcontact met verontreinigde bodemdeeltjes binnen;  Dermaalcontact met verontreinigde bodemdeeltjes buiten:  Inhalatie van verontreinigde bodemdeeltjes;  Inhalatie van verontreinigde dampen binnen;  Inhalatie van verontreinigde dampen buiten;  Consumptie van verontreinigde groenten;  Contact via verontreinigd drinkwater. (1) R. van der Berg(1991/1994) Human exposure to soil contamination.Aqualitive andquantitive analysis towards proprosals for human toxicological interventionvalues, RIVM, rapnr. 725201011
  18. 18. - 18 - 3.3.2 Blootstellingsroutes van de veldwerker Ingestie van verontreinigde bodemdeeltjes Bij het boren en/of graven door de veldwerker in verontreinigde grond, kunnen gronddeeltjes worden ingeslikt. De blootstellingsroute loopt via de mond naar het maagdarmkanaal. Anders dan bij opname via de huid en de ademhaling heeft de veldwerker zelf grote invloed op de opname van grond via de mond door zijn gedrag (het werken met blote hand ten opzichte het werken met handschoenen). De chemische stoffen komen in de maag vrij en worden door het bloed opgenomen. De chemische stoffen kunnen door de bloedcirculatie overal in het lichaam terechtkomen en daar negatieve gezondheidseffecten geven. Voor zware metalen geldt een vergelijking met de effecten van een chronische metaalvergiftiging. Over het algemeen mag worden aangenomen dat de veldwerker, tijdens zijn werkzaamheden, onder geen beding de grond proeft of in de mond neemt, zoals bij kinderen (niet-volwassene) nog weleens kan gebeuren. Dermaal contact aan bodemdeeltjesbuiten Door het opboren van verontreinigde grond of baggerspecie kan via de huid van veldwerker een chemische stof de gezondheid negatief beïnvloeden. Tijdens het beoordelen van opgeboorde grondlagen raakt de veldwerker vaak met de handen de grondlagen aan. Bij beoordeling van klei, sterk zandig versus zand, sterk kleiig wordt, door de veldwerker, gebruikt gemaakt van het rollen van de grondlaag in de hand. Voor beoordeling op bijmengingen gebruikt de veldwerker een vinger om door de opgeboorde grond te gaan. Het komt het meest voor dat we door de huid chemische stoffen opnemen, vooral oplosmiddelen. De huid heeft een beschermlaagje dat vet is. Wanneer de huid in contact komt met een oplosmiddel verdwijnt het laagje vet en daardoor kunnen de stoffen door de poriën in het bloed komen. Een voorbeeld hiervan is benzeen(1) ; dit zit in benzine en kan jaren later kanker veroorzaken. De gevolgen zijn bij opname door de huid: een gevoel van dronkenschap, hoofdpijn en zenuwbeschadiging bij langdurige blootstelling OPS (Organo Psycho Syndroom). Dampen en gassen (bijvoorbeeld benzeendamp en blauwzuurgas) kunnen ook door de huid heen dringen. Als de huid beschadigd of ontvet is, kan een stof makkelijker door de huid worden opgenomen. Ook kan op de beschadigde huid makkelijker een contacteczeem ontstaan. Er zijn ook chemische stoffen die direct (acuut) effect hebben op de huid, bijvoorbeeld zuren en logen. Deze stoffen zijn niet echt giftig, maar toch gevaarlijk omdat ze een bijtende werking hebben. Het zijn soms corrosieve stoffen,dat wil zeggen, dat ze niet alleen gevaarlijk zijn voor de huid van de mens maar ze kunnen ook textiel en zelfs metaal aantasten; ze bijten zich als het ware er doorheen. De sterkte van zuren en logen is afhankelijk van de concentratie. Zwavelzuur is in hoge concentratie levensgevaarlijk, citroenzuur alleen in grote hoeveelheden. Een zuur dat op de huid komt, bijt de huid weg. De veldwerker voelt direct pijn. Via dermale blootstelling kan een chronische metaalvergiftiging(1) ontstaan. Door lange tijd contact met kleine hoeveelheden zware metalen, waarvan de symptomen in het begin niet of nauwelijks waarneembaar zijn maar op de lange duur uitgroeien tot serieuze ziektes. De chronische metaalvergiftiging is niet makkelijk te herkennen, omdat de symptomen vaak vele andere oorzaken kunnen hebben:  Vermoeidheid Spijsverteringsproblemen Vertraagde vetverbranding  Pijnlijke gewrichten Depressies Verhoogde bloedsuikerspiegel  Menstruatieproblemen, onvruchtbaarheid,miskramen, hoge bloeddruk tijdens zwangerschap en vroeggeboorte. De zware metalen kwik, cadmium, lood, nikkel, aluminium, zink en arseen zijn stoffen in bodem waar de veldwerker lange tijd met kleine en/of grote hoeveelheden in contact kan komen. (1) BasisveiligheidVCA, Arbo Support Nederland, Kluwer, 9013068189,9789013068184
  19. 19. - 19 - Inhalatie van bodemdeeltjes Bij het zeven van grond door de veldwerker in verontreinigd grond, kunnen bodemdeeltjes zich verplaatsen door de lucht. Via de ademhaling kan een chemische stof het lichaam binnen komen. Een mens ademt normaal circa 1250 liter lucht per uur in. Aan bodemdeeltjes kunnen zich verontreinigde stoffen uit de bodem bevinden. Verontreinigde chemische stoffen in de bodem (zoals zware metalen en/of asbest) moeten een fijne verdeling hebben om zich te kunnen verspreiden in de lucht.. De chemische stoffen op bodemdeeltjes worden via de longen opgenomen in het bloed. Het bloed verspreidt deze stoffen naar de hersenen, lever, nieren en andere organen, waar ze een schadelijk effect kunnen hebben. Kleine gronddeeltjes en vezels kunnen bij het inademen in de neus en de luchtpijp terechtkomen. Trilhaartjes vangen de grotere deeltjes op. Door hoesten komen ze in de mond, waarna ze worden ingeslikt. Alleen de kleinste gronddeeltjes komen in de longen terecht. Daar kunnen ze longaandoeningen veroorzaken, of ze lossen op in het longvocht en worden zo opgenomen in het bloed. Tijdens de werkzaamheden van de veldwerker worden er in de praktijk nauwelijks luchtmetingen verricht op de aanwezigheid van schadelijke bodemdeeltjes op het werkterrein. Inhalatie van dampen buiten Gassen (zoals chloorgas en koolmonoxide) verspreiden zich altijd makkelijk in de lucht. Bij een vloeistof (zoals aceton en ether) bepaalt de dampspanning de vluchtigheid. Hoe hoger de dampspanning, hoe vluchtiger de stof is. Hoe vluchtiger de vloeistof, hoe meer damp wordt ingeademd. Plotseling onwel worden door blootstelling aan deze vluchtige stoffen komt bij elk milieuadviesbureau voor. Plotseling onwel worden treedt op bij een blootstelling aan een ineens optredende hoge concentratie terwijl de omstandigheden van de veldwerker ongunstig zijn (afgesloten ruimte, diepe put, windstil weer). Hiernaast kan het voorkomen dat de veldwerker gezondheidsklachten krijgt door de hele dag een afwijkende geur te ruiken die niet tot ernstige gezondheidsschade leidt. De veldwerker kan dan wel symptomen als hoofdpijn en vermoeidheid ervaren op de langere termijn. 3.3.3 Eliminatie van blootstellingsroutes bij de veldwerker Uit informatie van hoofdstuk 3.2 is gebleken dat de veldwerker door zijn werkwijze niet in aanraking komt met de blootstellingsroutes:  Dermaal contact met verontreinigde bodemdeeltjes binnen  Inhalatie van verontreinigde dampen binnen;  Consumptie van verontreinigde groenten;  Contact via verontreinigd drinkwater. De blootstellingsroute’s dermaal contact met verontreinigde bodemdeeltjes binnen en inhalatie van verontreinigde dampen binnen zijn niet van toepassing voor de veldwerker. Het werkzaamheden van de veldwerker vindt voor circa 95% in de buitenlucht plaats. De blootstellingsroute consumptie van verontreinigde groenten is niet van toepassing voor de veldwerker. Door de arbeidshygiënische maatregelen in de CROW 132 is het consumeren van eten tijdens het uitvoeren van veldwerkzaamheden verboden. Tevens is de hele onderzoekslocatie van het verkennend bodemonderzoek wordt beschouwd als een verontreinigde zone. De blootstellingsroute contact via verontreinigd drinkwater is niet van toepassing voor de veldwerker. Bij deze blootstellingroute moet er gedacht worden aan het in contact komen (inname, dermaal of inhaleren) van drinkwater, waarbij de drinkwaterleiding is gescheurd door toedoen van een verontreiniging in de bodem. Tijdens werkzaamheden in het verkennend bodemonderzoek komt de veldwerker niet in aanraking met verontreinigd drinkwater uit een drinkwaterleiding.(1) (1) E. Brand et al, CSOIL 2000: an exposure model for human risk assessment of soil contamination, RIVM report 711701054/2007
  20. 20. - 20 - 3.3.4 Indirecte blootstellingsroutes van de veldwerker De veldwerker kan te maken krijgen met een indirecte blootstellingroute van chemische stoffen. Indirecte blootstelling treedt op als men wordt blootgesteld aan de verontreiniging die niet meer op de oorspronkelijke plaats aanwezig is (1) . Indirecte blootstelling is alleen mogelijk als de verontreiniging zich al heeft verspreid, zonder gebruik te maken van zijn handelingen in de protocollen. Indirecte bloostelling is veelal te voorkomen door goede hygiëne maatregelen (juiste omkleedprocedures, schoonmaken van materiaal etc.) Aanhangende gronddeeltjes aan werkkleding Het is mogelijk dat een veldwerker met vieze werkschoenen en/of werkkleding de cabine van de werkauto betreedt.Aanklevende verontreinigde bodemdeeltjes vallen op de mat van de werkauto. Niet-vluchtige stoffen vermengen zich met luchtdeeltjes uit de cabine van werkauto. Tevens kunnen vluchtige stoffen oplossen in de lucht van de cabine. Via deze indirecte blootstellingsroute kan de veldwerker gronddeeltjes en dampen inhaleren.(2) Stof in decontaminatie units De indirecte blootstellingroute van gronddeeltjes in de decontaminatie-unit loopt via de beschermende kleding van de veldwerker. Bij het uittrekken van de beschermende kleding in de decontaminatie-unit vallen aanhangende gronddeeltjes op de grond. Hierbij geldt dat de aanhangende gronddeeltjes dezelfde negatieve effecten kan vormen als de indirecte blootstellingroute in de cabine van de werkauto. Via deze indirecte blootstellingsroute kan de veldwerker gronddeeltjes en dampen inhaleren. Stof in de schaftgelegenheid Het betreden van schaftgelegenheden brengt een blootstellingrisico van andere werknemers op het werkterrein met zich mee. Deze werknemers doen andere werkzaamheden en hebben andere belangen op het werkterrein. Dikwijls betreden deze werknemers met aanhangende gronddeeltjes de schaftgelegenheid. Hierbij geldt dat de aanhangende gronddeeltjes dezelfde negatieve effecten kan vormen als de secundaire blootstellingroute in de cabine en in de decontaminatie-unit. Via deze indirecte blootstellingsroute kan de veldwerker gronddeeltjes en dampen inhaleren. (1) A.J. Baars et al, (2001)Re-evaluation ofhuman-toxicollogical maximumpossible risk levels, RIVM, rapnr. 711701025. (2) J. Steketee et al, SKB Cahier Zware Metalen, StichtingKennisontwikkelingKennisoverdracht Bodem, juli 2007
  21. 21. - 21 - 3.4 Berekenenvan blootstelling in CSOIL2000 Er is een blootstellingsmodel CSOIL2000 ontwikkeld, door het RIVM, die de blootstelling van chemische stoffen aan mensen kan berekenen. Dit blootstellingsmodel is van belang voor het beantwoorden van de hoofdvraag, omdat het blootstellingsmodel een risico-index geeft.Aan de hand van de risico-index wordt bepaald of een verontreiniging leidt tot gezondheidsschade en dus welke beschermingsmaatregelen genomen dienen te worden. Om informatie te krijgen heb ik contact gezocht met het RIVM. De auteur heeft door middel van een interview met Ellen Brand en Piet Otten, informatie verkregen over het blootstellingsmodel CSOIL2000. Samen met hen, heeft de auteur gekeken naar de mogelijkheden hoe het blootstellingsmodel CSOIL2000 gewijzigd kan worden. Door parameters te wijzigen, kan de risico- index voor de veldwerker berekend worden, in plaats van de wonende mens. De informatie die CSOIL2000 gebruikt is tevens bestudeert in een onderzoeksrapport van het RIVM. De resultaten van het literatuuronderzoek en het interview zijn te vinden in hoofdstuk 4.4. Blootstellingsmodel CSOIL2000 Het RIVM heeft een beschrijving opgesteld van het model CSOIL2000(1) , waarmee de interventiewaarden voor bodemverontreiniging worden berekend. Met CSOIL2000 worden de risico’s voor de mens die aan verontreiniging in de bodem wordt blootgesteld berekend. De mens kan via verschillende blootstellingsroutes (bodem, lucht, water en gewas) aan een bodemverontreiniging worden blootgesteld. Het gebruik van de bodem, bijvoorbeeld moestuinen, bepaalt vervolgens de mate van blootstelling. Van invloed zijn ook de fysische en chemische eigenschappen van de verontreinigingen in de bodemlucht, de bodemdeeltjes en het grondwater. De beleidsbrief Bodem uit 2003(2) ,heeft geleid tot een vernieuwing van het normenstelsel voor de beoordeling van de bodemkwaliteit. Het nieuwe normenstelsel gaat uit van de risico’s van bodemverontreiniging voor mens, ecosysteem en landbouwproductie. Het houdt daarbij rekening met het gebruik van de bodem (de bodemfunctie). Het blootstellingsmodel CSOIL2000 geeft een uitvoerwaarde weer in een risico-index. De risico index wordt weergegeven als: de blootstelling van de persoon in kwestie gedeeld door de risicogrens (blootstelling/risicogrens). De risicogrens is hier MTRhumaan. Als de blootstelling groter is dan de risicogrens, dan is er sprake van een risico (RI>1). Als de blootstelling kleiner is dan de risicogrens dan is er geen risico. Is de blootstelling gelijk aan de risicogrens, wordt is er nog steeds sprake van geen risico (RI=1). Beleidsmatige keuze van bodemfuncties De beleidsmatige keuze van bodemfuncties komen uit het NOBO-rapport(3) van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (voorheen VROM). Bijlage V laat zien hoe de beleidsmatige keuzes voor bodemfuncties worden ingevuld. Bijlage V laat ook zien dat er een clustering van bodemfuncties plaatsvindt tot bodemfunctieklassen. De werksituatie van de veldwerker is gelijk gesteld aan de situatie in het blootstellingsscenario 'wonen met tuin'. Tijdens de werksituatie van de veldwerker is er sprake van veel bodemcontact, geen gewasconsumptie en een gemiddeld ecologisch risico. Ondanks dat de veldwerker tijdens het uitvoeren van het bodemonderzoek niet weet in welke bodemkwaliteit gewerkt wordt, worden veel van de werkzaamheden uitgevoerd op locaties waar de bodemfunctieklasse ‘wonen’ van toepassing zou moeten zijn. (1) E. Brandet al, CSOIL 2000: an exposure model forhumanrisk assessment ofsoil contamination, RIVM Bilthoven, RIVM report 711701054/2007 (2) Beleidsbrief Bodem, Ministerie vanVROM, kenmerkBWL/2003096 250, 2003 (3) Normstellingen bodemkwaliteitsbeoordeling, onderbouwingen beleidsmatige keuzes voor de bodemnormen(NOBO) in 2005, 2006, 2007, Ministerie vanVROM, december 2008,VROM 8395
  22. 22. - 22 - De andere blootstellingsscenario's zijn te ver verwijderd van de werksituatie van de veldwerker. Blootstellingsscenario 'moestuinen en volkstuinen' houdt rekening met veel gewasconsumptie. Blootstellingsscenario 'plaats waar kinderen spelen' richt zich voornamelijk op de doelgroep kinderen. Blootstellingsscenario 'landbouw' houdt rekening met de bescherming van de landbouwproductie. Blootstellingstellingsscenario 'natuur', 'groen met natuurwaarden' en 'ander groen, bebouwing en industrie' houden rekening met weinig bodemcontact door de mens. Bovendien houden de verschillende blootstellingsscenario vast aan een bodemfunctieklasse achtergrondwaarde of Industrie. 3.4.1 Berekenen van blootstelling in blootstellingsscenario ‘wonen met tuin’ Het is van belang, hoe de normen voor het blootstellingsscenario ‘wonen met tuin’ tot stand zijn gekomen. Een woonsituatie is immers anders dan een werksituatie. Voor de situatie 'wonen met tuin' is gekozen, omdat de beleidsmatige keuze voor de bodemfunctie het dichtst bij de werksituatie van de veldwerker staat. Het blootstellingsscenario 'wonen met tuin' houdt rekening met humane risico's (veel bodemcontact, beperkte gewasconsumptie) en een gemiddeld ecologisch risico. Bij het blootstellingsscenario 'wonen met tuin' voldoet de bodemkwaliteit aan de bodemfunctieklasse Wonen. Het blootstellingsscenario 'wonen met tuin' in CSOIL2000 werkt met alle mogelijke blootstellingsroutes voor de mens:  Ingestie van verontreinigde bodemdeeltjes;  Dermaal contact met verontreinigde bodemdeeltjes binnen;  Dermaal contact met verontreinigde bodemdeeltjes buiten;  Inhalatie van verontreinigde bodemdeeltjes;  Inhalatie van verontreinigde dampen binnen;  Inhalatie van verontreinigde dampen buiten;  Consumptie van verontreinigde groenten;  Contact via verontreinigd drinkwater. Voor de bepaling van de risico’s wordt in het model ook gebruik gemaakt van vaste parameters. De parameters zijn ingevuld aan de hand van 'gemiddeld gedrag' van personen die verblijven in een woning met een tuin. Het blootstellingsscenario 'wonen met tuin' heeft parameters ingevuld voor volwassene personen en kinderen. Tijdens de methode wordt alleen gekeken naar de parameters die zijn ingevuld voor volwassene. De formules van de blootstellingsroutes die van toepassing zijn voor de veldwerker en ingevulde parameters van het RIVM(1) in CSOIL2000 worden hieronder weergegeven Ingestie van verontreinigde bodemdeeltjes Het blootstellingsscenario 'wonen met tuin' werkt met de blootstellingsroute ingestie van grond. De ingestie van grond is afhankelijk van de dagelijkse hoeveelheid ingenomen grond (AIDa),concentratie van de verontreiniging in de bodem (Cs),relatieve absorptiefactor (Fa) en het lichaamsgewicht (BWa). Volwassenen en vooral kinderen kunnen bodemdeeltjes door middel van hand-mondgedrag met opzet of per ongeluk inslikken. Formule ingestie van verontreinigde bodemdeeltjes:(1) DIa = (AIDa * Cs * Fa) / BWa Parameters ingestie van verontreinigde bodemdeeltjes in CSOIL2000 ‘wonen met tuin’:(1) DIa = blootstelling via ingestie van grond [mg/kg bw/dag] = ? Cs = concentratie grond [mg/kg d.s.] = x AIDa = dagelijkse inname grond volwassene [kg d.s./dag] = 5,0 *10-5 Fa = relatieve absorptiefactor[-] = 1 Bwa = lichaamsgewicht [kg] = 70 (1) Otte P.F., Lijzen J.P.A., Otte J.G., Swart jes F.A. Versluijs C.W. (2001). Evaluation andrevision of the CSOIL parameters set . RIVM, Bilthoven, The Netherlands. RIVM Report No. number 711701021.
  23. 23. - 23 - Dermaal contact met verontreinigde bodemdeeltjes buiten Het blootstellingsscenario 'wonen met tuin' werkt met de blootstellingsroute dermaal contact met verontreinigde bodemdeeltjes buiten. De blootstelling van dermaal contact met verontreinigde bodemdeeltjes buiten is afhankelijk van de concentratie van de verontreiniging in de bodem (Cs), het blootgestelde huidoppervlak (AEXPao), de matrixfactor dermale opname (Fm), de mate van bedekt huidoppervlak (DAEao), de dermale absorptiesnelheid (DARa),de periode van blootstelling van de bodem (TBao),de relatieve absorptiefactor (Fa) en het lichaamsgewicht (BWa). De periode van de blootstelling door bodem wordt berekent uit de blootstellingsduur (t_ao) en de correctiefactor opname naar dagelijkse opname (tf_ao). Formule dermaal contact met verontreinigde bodemdeeltjes buiten: (1) DAao = (Cs * AEXPao* Fm * DAEao * DARa * TBao * Fa) / Bwa waarin TBao = t_ao * tf_ao Parameters dermaal contact met verontreinigde bodemdeeltjes buiten in CSOIL2000 ‘wonen met tuin’:(1) DAoa = blootstelling dermale contact bodemdeeltjes,volwassene,buiten [mg/kg bw /dag] = ? Cs = concentratie grond [mg/kg] = x AEXPao = blootgesteld huidoppervlak [m2 ] = 0,17 Fm = matrixfactor dermale opname [-] = 0,15 DAEao = maat van de huid bedekt,volwassene,buiten [kg/m2] = 3,75 x10-2 DARa = dermale absorptiesnelheid [uur] = 0,005 TBao = periode van blootstelling door bodem,volwassene,buiten [uur/dag] = 1,14 Fa = relatieve absorptiefactor[-] = 1 Bwa = lichaamsgewicht [kg] = 70 t_ao = blootstellingsduur[uur/dag] = 8 tf_ao = correctiefactoropname naar dagelijkse opname [-] = 0,143 Inhalatie van verontreinigde bodemdeeltjes Het blootstellingsmodel 'wonen met tuin' werkt met de blootstellingsroute inhalatie van bodemdeeltjes binnenshuis en buitenshuis. De inhalatie van bodemdeeltjes is afhankelijk van de concentratie van de verontreiniging in de bodem (Cs), de ingeademde hoeveelheid lucht (ITSPa),de relatieve absorptiefactor (Fa),retentiefactor van gronddeeltjes in de longen (Fr) en het lichaamsgewicht (BWa) volgens het blootstellingsscenario 'wonen met tuin'. Formule inhalatie van verontreinigde bodemdeeltjes buiten: (1) IPa = Cs* ITSPa * Fr * Fa / BWa waarin ITSPa = TSP * frs * AVa * t * tf Parameters inhalatie van verontreinigde bodemdeeltjes buiten in CSOIL2000 ‘wonen met tuin’:(1) IPa = blootstelling inhalatie van bodemdeeltjes,volwassene,buiten [mg/kg bw /dag] = ? Cs = concentratie grond [mg/kg] = x ITSPa = geïnhaleerde hoeveelheid bodemdeeltjes [kg/dag] = 8,33*10-7 Fr = retentiefactorbodemdeeltjes in longen [-] = 0,75 Fa = relatieve absorptiefactor[-] = 1 BWa = lichaamsgewicht [kg] = 70 TSP = hoeveelheid zwevende bodemdeeltjes in lucht [mg/m3] = 70 x10-3 frs = fractie bodemdeeltjes in lucht [-] = 0,5 AVa = luchtvolume,volwassene [m3/dag] = 0,833 t = blootstellingsduur[uur] = 8 tf = correctiefactor dagelijkse opname [-] = 0,143 (1) Otte P.F., Lijzen J.P.A., Otte J.G., Swart jes F.A. Versluijs C.W. (2001). Evaluation andrevision of the CSOIL parameters set . RIVM, Bilthoven, The Netherlands. RIVM Report No. number 711701021.
  24. 24. - 24 - Inhalatie van dampen buiten Het blootstellingsmodel 'wonen met tuin' werkt met de blootstellingsroute inhalatie van dampen binnenshuis en buitenshuis. Dit onderzoek richt zich alleen op blootstellingsroutes van de veldwerker, derhalve word de inhalatie van dampen binnenshuis niet meegenomen. De inhalatie van dampen buitenshuis is afhankelijk van de concentratie van de verontreiniging in de bodem (Cv), de ingeademde hoeveelheid lucht (hl), de relatieve absorptiefactor(Ra), retentiefactor van gronddeeltjes in de longen (Re) en het lichaamsgewicht (BWa) volgens het blootstellingsscenario 'wonen met tuin'. Formule inhalatie van dampen buiten: (1) IVao = TIao * COaa * Fa * AVa * 1000 / BWa Parameters inhalatie van dampen buiten in CSOIL2000 ‘wonen met tuin’:(1) IVao = blootstelling inhalatie van dampen,volwassene,buiten [mg/kg bw /dag] = ? TIao = inhalatieperiode,volwassene,buiten [uur/dag] = 1,14 COaa = concentratie van damp in lucht [g/m3] = x Fa = relatieve absorptiefactor[-] = 1 AVa = luchtvolume,volwassene [m3/dag] = 0,833 BWa = lichaamsgewicht [kg] = 70 3.4.2 Nieuw te vormen blootstellingsscenario ‘veldwerker’ De beoordeling van blootstelling aan chemische stoffen, in de bodem door de veldwerker, wordt gedaan op het blootstellingsscenario ‘wonen met tuin’ in CSOIL2000. De parameters zijn ingevuld aan de hand van 'gemiddeld gedrag' van personen die verblijven in een woning met een tuin. In het onderzoek is gebleken dat deze parameters niet overeenkomen met de werksituatie en de contactduur met de bodem door de veldwerker. De parameters dienen te worden gewijzigd in een nieuw te vormen blootstellingsscenario ‘veldwerker’in het blootstellingsmodel CSOIL2000 van het RIVM. Doelgroep In tegenstelling tot het blootstellingsscenario ‘wonen met tuin’ dient het nieuwe blootstellingsscenario ‘veldwerker’enkel rekening te houden met volwassen personen. Kinderen worden uitgesloten bij het berekenen van blootstelling. Blootstellingsroutes Uit het onderzoek blijkt dat veldwerker tijdens het bodemonderzoek enkel in aanraking kan komen met de blootstellingsroutes: ingestie van grond, dermaal contact met gronddeeltjes, inhalatie van gronddeeltjes en inhalatie van dampen. Andere blootstellingsroutes dienen te worden uitgeschakeld. In het blootstellingsscenario 'wonen met tuin' zijn alle blootstellingsroutes van toepassing, te weten; ingestie van grond, dermale opname grond binnen + buiten, inhalatie grond, inhalatie binnen- en buitenlucht, consumptie gewas eigen tuin, consumptie drinkwater, inhalatie dampen douchegebruik, dermale opname baden. Parameter dagelijkse inname van grond (AIDa) Van jongs af aan wordt ons aangeleerd dat het opeten van gronddeeltjes niet goed is voor de gezondheid. Hierdoor is het uitgesloten dat de veldwerker blootstelling verkrijgt door ingestie van verontreinigde gronddeeltjes door het opeten van grond. Het gedrag van kleine kinderen die grond in de hand nemen en vervolgens in de mond stoppen voor consumptie is uitgesloten bij veldwerkers die werken in een professionele omgeving. Op basis van de analyse zou de ingestiewaarde van grond door de veldwerker onder normale werkcondities, kunnen worden gewijzigd naar 10 mg/dag. Het nivelleren naar 0 mg/dag is niet aan de orde, omdat de veldwerker via indirecte blootstelling, achtergrondblootstelling of secundaire blootstelling gronddeeltjes consumeert. Hierdoor kan 10 mg/dag gezien worden als een representatief gehalte voor het berekenen van blootstelling in het nieuw te vormen blootstellingsscenario ‘werken met verontreinigde grond’. In het blootstellingsscenario 'wonen met tuin' wordt 50 mg/dag gehanteerd voor een volwassen persoon. (1) Otte P.F., Lijzen J.P.A., Otte J.G., Swart jes F.A. Versluijs C.W. (2001). Evaluation andrevision of the CSOIL parameters set. RIVM, Bilthoven, The Netherlands. RIVM Report No. number 711701021.
  25. 25. - 25 - Parameter lichaamsgewicht (BWa) In dit onderzoek wordt er vanuit gegaan dat de meeste veldwerkers Nederlandse mannen zijn. Het gemiddeld lichaamsgewicht van de Nederlandse man bedraagt 85 kilogram. Het lichaamsgewicht zal om deze reden worden gewijzigd naar 85 kilogram. In het blootstellingsscenario 'wonen met tuin' wordt 70 kilogram gehanteerd voor een volwassen persoon.  In de huidige versie van CSOIL2000 is het niet mogelijk om het lichaamsgewicht van een persoon aan te passen.De invloed van het gewicht van een persoon op het risico, in verhouding tot bijvoorbeeld variaties in blootstellingsroutes,is beperkt van invloed. Voor organische stoffen zoals PAK is de invloed iets groter dan bij zware metalen. Hierbij geldt dat hoe zwaarder de persoon,hoe kleiner het risico. (Ellen Brand, RIVM 24 april 2015, mailcorrespondentie). Parameter blootgesteld huidoppervlak (AEXPao) De veldwerker wordt, door het niet weten in wat voor bodemkwaliteit de werkzaamheden worden uitgevoerd (uit literatuuronderzoek hoofdstuk 3), aanbevolen om tijdens het bodemonderzoek handschoenen en geschikt schoeisel te dragen. Dit houdt in dat de parameter voor blootgesteld huidoppervlak (AEXPao) bijgesteld dient te worden naar het huidoppervlak van polsen, nek en het gezicht van de veldwerker. Het huidoppervlak van handen en enkels word bedekt door handschoenen en geschikt schoeisel en voorkomt dermale blootstelling met verontreinigde bodemdeeltjes. Op basis van de analyse zou het blootgestelde huidoppervlak van de veldwerker onder normale werkcondities, kunnen worden gewijzigd naar 0,09 m2 . Het nivelleren naar 0 m2 is niet aan de orde, omdat de veldwerker gedurende werkzaamheden het huidoppervlak van polsen, nek en gezicht zelden afdekt. Desalniettemin is het vrijwel onmogelijk dat opgeboorde grond direct in contact komt met het huidoppervlak van nek en gezicht. In het blootstellingsscenario 'wonen met tuin' wordt 0,17 m2 gehanteerd.  In de huidige versie van CSOIL2000 is het niet mogelijk om de parameter blootgesteld huidoppervlak aan te passen.De invloed van de parameter blootgesteld huidoppervlak (AEXPao) op de risico -index is heel minimaal. Hiervoor zijn diverse redenen te noemen: 1) dermale opname beperkt zicht tot de organische stoffen (zware metalen vallen af); 2) dermale opname is een route welke beperkt van belang is, gezien andere blootstellingsroutes,zoals ingestie van grond en de inhalatie van gassen; 3) het blootgestelde huidoppervlak is relatief klein, waardoor de invloed ook kleiner is. De blootstellingsroute pas een rol spelen als alle andere blootstellingsroutes niet van toepassing zijn. (Ellen Brand, RIVM 7september 2015, mailcorrespondentie). Parameter periode van blootstelling door bodem, volwassene, buiten (TBao) De veldwerker werkt per dag gemiddeld 8 uur voor de werkgever. In de werktijd van 8 uur zit over het algemeen 1 uur reistijd (van kantoorlocatie naar werklocatie) en 1 uur administratieve handelingen, het pakken van boorgereedschappen, het schoonmaken van boorgereedschappen het netjes achterlaten van de onderzoekslocatie, die voortkomen uit de desbetreffende BRL’s (bodemrichtlijnen) voor het uitvoeren van bodemonderzoek. Dit houdt in dat de parameter periode van blootstelling door bodem, volwassene buiten (TBao) bijgesteld dient te worden naar de maximale blootstellingsperiode van de veldwerker. Het continu zeer intensief en inspannend werken wordt als niet realistisch gezien, doch kan kortdurend voorkomen. Op basis van de analyse zou de periode van blootstelling aan bodem van de veldwerker, onder normale werkcondities, kunnen worden gewijzigd naar 6 uur/dag. Het verhogen naar 8 uur/dag is, niet aan de orde, omdat de veldwerker zeer zelden in de praktijk zolang wordt blootgesteld aan dermaal contact en dit dus als incidenteel mag worden beschouwd. Tijdens werkzaamheden in het bodemonderzoek zal de veldwerker niet elke werkdag maximaal 6 uur/dag worden blootgesteld aan dermaal contact met bodemdeeltjes, doordat de werkzaamheden zeer divers zijn. Zo kan het zijn dat de veldwerker op een werkdag een locatiebezoek en watermonsternames uitvoert, bij deze werkzaamheden is er geen dermaal contact met bodemdeeltjes. In het blootstellingsscenario 'wonen met tuin' wordt 1,14 uur/dag gehanteerd.
  26. 26. - 26 - Parameter hoeveelheid zwevende bodemdeeltjes uit lucht (TSP) Tijdens werkzaamheden in het bodemonderzoek heeft de veldwerker een intensiever contact met de bodem, zoals beschreven in hoofdstuk 3. Tijdens een bodemonderzoek met als doel het aantonen van asbest in de bodem, dient de veldwerker opgeboorde bodem te zeven. Door het zeven van grond verspreiden bodemdeeltjes zich in de lucht. Deze bodemdeeltjes kunnen makkelijker worden meegenomen door de lucht, zodat de veldwerker die meestalop armlengte afstand (circa 1 meter) de bodemdeeltjes kan inhaleren. Op basis van de analyse zou de gehalte van geïnhaleerde bodemdeeltjes uit de lucht door de veldwerker, onder normale werkcondities, kunnen worden gewijzigd naar 80*10-3 mg/m3 . Tijdens werkzaamheden in het bodemonderzoek zal de veldwerker niet elke werkdag worden blootgesteld aan het inhaleren van bodemdeeltjes uit de lucht, doordat de werkzaamheden zeer divers zijn. Zo kan het zijn dat de veldwerker op een werkdag een locatiebezoek en watermonsternames uitvoert, bij deze werkzaamheden is er nauwelijks kans op het inhaleren van bodemdeeltjes uit lucht. Het verhogen naar een hoger gehalte voor geïnhaleerde bodemdeeltjes is, niet aan de orde, omdat de veldwerker in de praktijk niet altijd de bodem hoeft te zeven. In het blootstellingsscenario 'wonen met tuin' wordt 70*10-3 mg/m3 gehanteerd.  De waarde die de auteur hanteert voor hoeveelheid zwevende bodemdeeltjes is een ruwe aanname van de werkelijkheid in samenspraak met Ellen Brand en Piet Otten (RIVM). De exacte waarde voor de hoeveelheid bodemdeeltjes dient in een praktijkonderzoek te worden vastgesteld.Door het wijzigen van de parameter hoeveelheid zwevende deeltjes (TSP) veranderd ook de parameter geïnhaleerde bodemdeeltjes (ITSPa). In de huidige versie van CSOIL2000 is het enkel mogelijk om de parameter hoeveelheid zwevende bodemdeeltjes (TSP) aan te passen. Parameter inhalatieperiode volwassene buiten (TIao) De veldwerker werkt per dag gemiddeld 8 uur voor de werkgever. In de werktijd van 8 uur zit over het algemeen 1 uur reistijd (van kantoorlocatie naar werklocatie) en 1 uur administratieve handelingen, het pakken van boorgereedschappen, het schoonmaken van boorgereedschappen het netjes achterlaten van de onderzoekslocatie, die voortkomen uit de desbetreffende BRL’s (bodemrichtlijnen) voor het uitvoeren van bodemonderzoek. Het continu zeer intensief en inspannend werken wordt als niet realistisch gezien, doch kan kortdurend voorkomen. Op basis van de analyse zou de inhalatieperiode volwassene buiten (TIao), onder normale werkcondities, kunnen worden gewijzigd naar 6 uur/dag. Tijdens werkzaamheden in het bodemonderzoek zal de veldwerker niet elke werkdag maximaal 6 uur/dag worden blootgesteld aan inhalatie van dampen, doordat de werkzaamheden zeer divers zijn. Zo kan het zijn dat de veldwerker op een werkdag geen intensieve grond bewerking (diepe boringen/zeven van grond) uitvoert en enkel wordt blootgesteld aan de dampen in de lucht in de nabije omgeving tijdens de werkzaamheden (denk aan locatiebezoek of watermonstername BRL2002). In het blootstellingsscenario 'wonen met tuin' wordt 1,14 uur/dag gehanteerd.
  27. 27. - 27 - Om hoofdstuk 3.4.2 te verduidelijken is tabel 6 gemaakt door de auteur, die inzichtelijk maakt welke parameters de blootstellingsscenario's ten opzichte van elkaar hanteren. Elke andere parameters is niet gewijzigd. 3.4.3 Gevoeligheidsanalyse CSOIL2000 In hoofdstuk 4.4 wordt het blootstellingsmodel CSOIL2000 met het nieuw te vormen blootstellingsscenario ‘veldwerker’onderworpen aan een gevoeligheidsanalyse. Een gevoeligheidsanalyse is een manier om de onzekerheid rondom effectinschattingen in CSOIL2000 te onderzoeken. In een gevoeligheidsanalyse bekijkt men wat het effect van een verandering van één veronderstelling is op de uitkomst van de risico-index (blootstelling versus MTRhumaan). In deze gevoeligheidsanalyse wordt voor elke gewijzigde parameter in het model nagegaan, hoe sterk de waarde van de uitvoervariabele verandert als gevolg van een van 10% (of meer) van de waarde van die invoervariabele.
  28. 28. - 28 - 4. Resultaten 4.1 Resultaten interne enquête Grondslag B.V. Uit een interne enquête van Grondslag B.V.,blijkt dat veldwerkers onderling van mening verschillen of de maatregelen om de gezondheidsrisico’s die zij lopen te minimaliseren, wel nodig zijn. De verschillen in mening ontstaan door de CROW 132. De CROW 132 bevat geen standaard beschermingspakket voor veldwerkers voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek. Er wordt gerefereerd aan de bevindingen in het historisch vooronderzoek of bij een hoge kans van aantreffen van een verontreiniging. Bij een onbekende bodemsituatie zijn alle persoonlijke beschermingsmaatregelen van toepassing. Hierdoor interpreteren de milieuadviesbureaus (werkgevers van veldwerkers) de wet- en regelgeving omtrent de bescherming van de veldwerker ten aanzien van de blootstelling verschillend. Er ontstaan situaties waarbij veldwerkers gezondheidsrisico’s lopen, omdat men de te nemen maatregelen niet serieus neemt. Men draagt bijvoorbeeld geen handschoenen of overall tijdens het werk omdat 'het allemaal wel meevalt'. Het komt voor dat veldwerkers fysiek onnodig zwaar worden belast door het dragen van een overall en adembescherming terwijl er geen blootstellingsrisico bestaat. Als een blootstellingsrisico ontbreekt en er toch maatregelen worden getroffen, wordt er ook onnodig geld uitgegeven aan die maatregelen. 4.2 Resultaten literatuuronderzoek Hoofdstuk 3.2.1 Wetgeving Uit het literatuuronderzoek is gebleken dat de veldwerker voorafgaand en tijdens werkzaamheden in het verkennend bodemonderzoek onvoldoende weet in welke bodemfunctieklasse de opgeboorde bodem is geclassificeerd. Momenteel wordt de inzet van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM's) op de te verwachten verontreinigingen van het werkterrein en op basis van historisch vooronderzoek bepaald. Bij het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek kan nog geen veiligheidsklasse worden bepaald. De veldwerker heeft geen exacte waarden van opgeboord materiaal en kan geen bodemfunctieklasse tijdens het veldwerk beoordelen. Hiervoor zijn gegevens van een milieulaboratorium nodig. Hierdoor is het mogelijk dat werkzaamheden zonder (PBM's) worden uitgevoerd, die na analyse in een milieulaboratorium toch onder de veiligheidsklasse 'basis of T-klasse' hadden moeten worden uitgevoerd. Hoofdstuk 3.2.2 Handelingen van de veldwerker Uit het literatuuronderzoek is gebleken dat, de veldwerker in algemene zin een bodembewerking uitvoert. De werkzaamheden van een veldwerker zijn zeer divers en bezitten geen regelmaat. Tijdens zijn werkzaamheden komt de veldwerker meer in aanraking met chemische stoffen in de bodem dan een persoon in een woonomgeving. De veldwerker kan bij zijn werkzaamheden in de bodem gassen/dampen laten ontsnappen aan de bodem. Door middel van het zeven van grond kan de veldwerker meer gronddeeltjes verspreiden in de lucht. Hoofdstuk 3.2.3 Omgevingsfactoren en werkterrein Uit het literatuuronderzoek is gebleken dat, de veldwerker werkt op verschillende werkterreinen. Het inzetten van PBM is niet bij elk werkterrein verplicht, doch opdrachtgevers verplichten van bodemonderzoek bij sommige werkterreinen een standaarduitrusting die veiligheid en gezondheid moet waarborgen.
  29. 29. - 29 - 4.3 Resultaten blootstellingsroutes Uit het literatuuronderzoek is gebleken dat voor de veldwerker niet alle blootstellingsroutes van toepassing zijn tijdens werkzaamheden in het bodemonderzoek. Sommige blootstellingsroutes moeten niet worden meegenomen bij het beoordelen van blootstelling richting de veldwerker. Tijdens de werkzaamheden kan de veldwerker met de handen grond aanraken,gronddeeltjes inademen of blootgesteld worden aan gassen/dampen vanuit een verontreinigde bodem. Het opeten van grond komt niet voor, al kan wel grond worden binnengekregen door niet de arbeidshygiënische strategie te volgen. Figuur 1: Blootstellingsroutes veldwerkerin vergelijking tot blootstellingsroutes personen in woonomgeving. 4.3.1 Invulling standaardpakket PBM Uit literatuuronderzoek is gebleken dat de CROW 132 niet stuurt op het voorkomen van blootstellingroutes. Er moet een eenduidige passage worden opgesteld door het platform CROW 132 die de bescherming van de veldwerker kan garanderen. In circa 90% van de bodemonderzoeken is het risico op blootstelling van niet-vluchtige chemische stoffen te verminderen door inzet van een standaardpakket PBM. Het standaardpakket PBM biedt geen overmaat van bescherming en is eenvoudig te dragen. Dit standaardpakket PBM stuurt direct aan op parameters die van toepassing zijn bij de blootstellingsroutes van de veldwerker. De altijd te nemen maatregelen om de blootstelling te verkleinen en daarmee de veiligheid en gezondheid voor de veldwerker op langere termijn te garanderen zijn:  Het dragen van een geweven katoenen overall (bij voorkeur fluoriserend geel/oranje).  Het dragen van hoge veiligheidsschoenen (S3) of laarzen (S5) met stalen neus.  Het dragen van handschoenen gericht op de activiteit van de veldwerker.  Het beschikbaar hebben van een PID-meter.  Het beschikbaar hebben van een bodemvochtmeter.  Verbod op dragen van standaardpakket PBM in veldwerkbus. Geweven katoenen overall De geweven katoenen overall moet bij voorkeur zijn voorzien van fluoriserende geel/oranje reflectiestrepen. De geweven katoenen overall helpt om de veldwerker zichtbaar te maken voor andere mensen, waardoor het risico van een plotseling ongeval bij werkzaamheden in bebouwde kom of langs wegen en treinsporen zal verminderen. Het verplicht maken van het dragen van een brandvertragende en elektrostatische overall voor de veldwerker is niet aan de orde, omdat bij circa 90% van de werkzaamheden in de bodem dit risico niet wordt verwacht. Het dragen van een geweven katoenen overall, zorgt voor bedekking van het huidoppervlak. Door een gereduceerd huidoppervlak, wordt er preventief gestuurd op de blootstellingsroutes van de veldwerker tijdens het bodemonderzoek. Geschikt schoeisel Het schoeisel van de veldwerker moet voorzien zijn van een stalen neus. Een stalen neus beschermt de voet tegen beschadigingen, door het vallen van voorwerpen en het stoten tegen voorwerpen. De veiligheidsschoenen dienen van een hoog model te zijn, zodat de geweven katoenen overall over de enkels en onderbenen vallen. Hierdoor hebben chemische stoffen een verminderde kans op het bereiken van het huidoppervlak van de veldwerker. Door een gereduceerd huidoppervlak, wordt er preventief gestuurd op de blootstellingsroutes van de veldwerker tijdens het bodemonderzoek.
  30. 30. - 30 - Handschoenen Handschoenen worden door de veldwerker gedragen, om te voorkomen dat chemische stoffen uit de bodem niet kunnen worden opgenomen door de huid bij de handen. De opgeboorde grond kan niet onder nagels en aan de handen van de veldwerker blijven plakken. Door een gereduceerd huidoppervlak en minder mogelijkheden tot ingestie van grond, wordt er preventief gestuurd op de blootstellingsroutes van de veldwerker tijdens het bodemonderzoek. Luchtkwaliteitsmetingen op basis van blootstellingsrisico De veldwerker krijgt tijdens zijn werkzaamheden in het bodemonderzoek wellicht te maken met vluchtige chemische stoffen. Deze vluchtige chemische stoffen verdampen uit de bodem en komen in de lucht terecht. Naast een standaardpakket PBM moet de veldwerker een gekalibreerde Photo Ionisation Detector (PID) beschikbaar hebben om vluchtige stoffen te kunnen detecteren en daarmee het risico op blootstelling aan vluchtige stoffen te verminderen.Vluchtige chemische stoffen zoals BTEXN, minerale olie en VOCLkunnen tijdens werkzaamheden in de bodem aan de lucht verdampen en waargenomen worden door een verkleurde grond (zwart) of passieve geurwaarnemingen. De veldwerker moet de PID-meter gaan inzetten als meetapparatuur bij een verkleurde grond (zwart) of passieve geurwaarnemingen, zoals de CROW 132 ook voorschrijft. Door de auteur is een werkwijze ontwikkeld voor de veldwerker, wanneer en op welke wijze de luchtkwaliteitsmetingen moeten worden ingezet. De werkwijze is niet in de praktijk getest op haalbaarheid en functioneren, om dit te achterhalen moet er een praktijkonderzoek gedaan worden. De werkwijze van luchtkwaliteitsmetingen wordt weergegeven in bijlage VI. Bodemvochtmetingen De veldwerker krijgt tijdens zijn werkzaamheden in het bodemonderzoek te maken met een droge bodem (bodemvochtgehalte <10%). De droge bodem kan door wind op de locatie worden meegenomen en via de lucht ingeademd worden door de veldwerker. Indien het bodemvochtgehalte onder de 10% wordt gemeten zijn beschermingsmaatregelen nodig in de vorm van bevochtiging van de bodem (besproeien of nat maken). Er wordt preventief gestuurd op de blootstellingsroute inhalatie van verontreinigde gronddeeltjes van de veldwerker tijdens bodemonderzoek. Dragen van standaardpakket PBM in de veldwerkbus Het dragen van een standaardpakket PBM zal verboden moeten worden in de cabine van de veldwerkbus. Door werkzaamheden in de bodem kunnen de geweven katoenen overall, schoeisel en handschoenen vies worden en zullen gronddeeltjes zich aanhechten. Het dragen van een standaardpakket PBM zal leiden tot activering van indirecte blootstellingsroutes en daarmee een blootstellingsrisico vormen. 4.3.2 Opschalen in PBM-pakketten In bijlage VII kan een bodemadviseur, projectleider of projectrunner de veldwerker op voorhand instrueren tot het verplicht dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen op basis van historisch vooronderzoek of bevindingen uit recent uitgevoerd verkennend bodemonderzoek. Het flowschema in bijlage VII is gecreëerd door medewerkers van Grondslag B.V. Het flowschema dient binnen het milieuadviesbureau als aanvulling op de standaard veldwerkformulieren ter voorbereiding van het verkennend bodemonderzoek. Bijlage VII kan tevens dienen als leidraad voor de veldwerker bij het opschalen in persoonlijke beschermingsmiddelen pakketten tijdens het zintuiglijk waarnemen van afwijkingen in de bodem
  31. 31. - 31 - 4.4 Resultaten berekenen van blootstelling veldwerker Vergelijking risico-index 'wonen met tuin' versus 'veldwerker' in CSOIL2000 De uitwerking van het blootstellingsscenario ‘wonen met tuin’ en het nieuw te vormen blootstellingsscenario ‘veldwerker’in CSOIL2000 is weergegeven in bijlage VIII en is vereenvoudigd in tabel 7. De concentratie van de chemische stof is weergeven bij een lutumgehalte van 21% en een organische stofgehalte van 35%. De humus- en lutumcorrectie is gesteld op 95 percentiel waarde van de bodem in Nederland. Bij deze waarden zijn de toegestane gehalten van stoffen in de bodem het hoogst. 95% van de bodem in Nederland heeft een lager gehalte dan de waarde die is ingesteld voor de concentratie stof in de bodem (Cs). Alle chemische stoffen van het standaardanalyse pakket bodem (9 zware metalen, minerale olie, PAK en PCB) zijn verhoogd. Andere chemische stoffen worden niet standaard geanalyseerd in het verkennend bodemonderzoek. In het blootstellingsscenario 'wonen met tuin' vormen de chemische stof kobalt en PCB-28 een risico (RI>1). Voor alle andere chemische stoffen geldt dat er geen blootstellingsrisico is het blootstellingsscenario 'wonen met tuin' (RI<1). Door de wijzigingen in blootstellingsroutes en diverse parameters is de risico-index gedaald, zodanig er een verwaarloosbaar risico meer is (RI<0,1) in het blootstellingsscenario 'veldwerker'. Daarnaast is de wijziging van doelgroep van personen van invloed op de risico-index (kinderen + volwassene versus volwassene). De blootstellingsroutes dermaal contact met bodemdeeltjes binnen, inhalatie van dampen binnen, consumptie van verontreinigde groenten en contact met verontreinigd drinkwater zorgen er voor dat in het blootstellingsscenario 'wonen met tuin' een risico optreedt bij de stoffen kobalt en PCB-28. De verklaring voor het blootstellingsrisico van kobalt en PCB-28 moet gezocht worden in de blootstellingsroute gewasconsumptie. Gewassen nemen kobalt en PCB-28 op in wortels of knollen. Na ingestie van deze gewassen bestaat er blootstelling die hoger reikt dan de MTRhumaan. Daarnaast bestaat de kans dat PCB-28 via visolie, fruit, granen en graanproducten het lichaam binnenkomt. Dermaal contact, inhaleren en contact met verontreinigd drinkwater met kobalt en PCB's is zeer beperkt, omdat de chemische stoffen immobiel zijn en slecht oplosbaar zijn in water. (1) (1) EFSA (2005, met update juli 2006) Opinion of the scientific panel on contaminants in the foodchain on a request from the Commission related to the presence of non dioxin-like polychlorinatedbiphenyls (PCB) in feed and food (quest ion N°EFSA-Q- 2003- 114).
  32. 32. - 32 - Uit tabel 7 valt te concluderen dat de risico-index een afname laat zien (behalve bij nikkel). De veldwerker heeft door zijn handelen in het bodemonderzoek een verwaarloosbaar blootstellingsrisico aan chemische stoffen in de bodem. Doordat in de huidige versie van CSOIL2000 de parameters lichaamsgewicht (Bwa) en blootgesteld huidoppervlak (AEXPao) niet kunnen worden aangepast komt het risico-index bij het blootstellingsscenario 'veldwerker' wellicht lager uit dan in tabel 7 is weergegeven. Het verdient de aanbeveling dat het RIVM het blootstellingsmodel CSOIL2000 de parameters toegankelijk maakt om wijzigingen in aan te brengen, zodat een valide blootstelling kan worden berekend. Wanneer de veldwerker zich niet beschermt tegen ingestie van grond, dermaalcontact met bodemdeeltjes, inhalatie van bodemdeeltjes zullen de diverse parameters in het blootstellingsmodel CSOIL2000 hoger moeten worden ingeschat, wat resulteert in een toename van het risico-index en daarmee een verhoogd risico op gezondheidsklachten op korte en/of lange termijn. 4.4.1 Gevoeligheidsanalyse CSOIL2000 De gevoeligheidsanalyse is uitgevoerd onder dezelfde condities van de vergelijking van het risico- index tussen de blootstellingsscenario in hoofdstuk 4.4. Door de één van de parameters te wijzigen, terwijl de andere te wijzigen parameters constant te houden, worden veranderingen tussen de procentuele verandering in invoerwaarde en de procentuele verandering in uitvoerwaarde inzichtelijk gemaakt. Gevoeligheidsanalyse dagelijkse inname (AIDa) De variabele dagelijkse inname (AIDa) wordt veranderd in 0,1*10-5 kg d.s/dag, 0,5*10-5 kg d.s/dag, 5,0*10-5 kg d.s/dag en 10,0*10-5 kg d.s/dag. In hoofdstuk 3.4.2 is de variabele als basis ingesteld op 1,0*10-5 kg d.s/dag. De gegevens zijn gehaald uit bijlage IX.
  33. 33. - 33 - Zware metalen De blootstellingsroute ingestie van grond draagt voor circa 92% bij aan de risico-index, voor de chemische stof lood is dit 89% (kolom 3). De blootstellingsroute ingestie van grond is de belangrijkste blootstellingsroute van zware metalen op de risico-index. Wanneer de parameter dagelijkse inname procentueel wordt verlaagd, gaat procentuele bijdrage aan de risico-index van ingestie grond omlaag naar circa 52%, voor de chemische stof lood 44% (kolom 1). De procentuele bijdrage van de blootstellingsroute inhalatie van grond (45%) is dan nagenoeg gelijk aan de procentuele bijdrage van de blootstellingsroute ingestie van grond. Wanneer de parameter dagelijkse inname procentueel wordt verhoogd, gaat de procentuele bijdrage aan de risico-index van ingestie van grond omhoog naar circa 99% (kolom 5). De procentuele bijdrage aan de risico-index komt af van de blootstellingsroute inhalatie van gronddeeltjes. Bij de zware metalen barium, cadmium, kobalt, lood, kwik(anorganisch) en molybdeen is er een lineair verband te ontdekken tussen de procentuele verandering van de invoerwaarde met de procentuele verandering van de uitvoerwaarde. Bij de zware metalen koper, nikkel en zink is de MTRhumaan significant veel hoger dan barium, cadmium, kobalt, lood, kwik (anorganisch) en molybdeen, hierdoor is er geen verandering in de risico-index bij een procentuele verandering in de uitvoerwaarde zichtbaar. PAK, PCB en minerale olie De blootstellingsroute ingestie van grond draagt voor circa 25% bij aan de risico-index, (kolom 3). Wanneer de parameter dagelijkse inname procentueel wordt verlaagd, gaat procentuele bijdrage aan de risico-index van ingestie grond omlaag naar circa 3%. Wanneer de parameter dagelijkse inname procentueel wordt verhoogd, gaat de procentuele bijdrage aan de risico-index van ingestie van grond contact omhoog naar circa 77% (kolom 5). De procentuele bijdrage aan de risico-index komt af van de blootstellingsroute inhalatie van gronddeeltjes. Bij de chemische stof PCB-28 is er een verband te ontdekken tussen de procentuele verandering van de invoerwaarde met de procentuele verandering van de uitvoerwaarde. Dit komt doordat het MTRhumaan van PCB-28 zeer klein is (1,0*10-5 mg/kg lichaamsgewicht/dag). Het MTRhumaan van naftaleen (4,0*10-2 mg/kg lichaamsgewicht/dag) en minerale olie (2,0 mg/kg lichaamsgewicht/dag) ligt hoger, waardoor er geen effect optreedt in de risico-index. Resultatenanalyse De gevoeligheidsanalyse laat zien dat de parameter dagelijkse inname (AIDa) effect heeft op het risicoindex. De verklaring hiervoor is de blootstellingsroute ingestie van grond een grote procentuele bijdrage heeft aan de risico-index. De chemische stoffen barium, cadmium, kobalt, lood, kwik (anorganisch), molybdeen en PCB-28 zijn gevoelig in een procentuele wijziging van de parameter dagelijkse inname, doordat het MTRhumaan van deze chemische stoffen klein is. Desalniettemin geeft een procentuele wijziging van de parameter dagelijkse inname geen blootstellingsrisico (RI<1). Bij de chemische stoffen koper, nikkel, zink, naftaleen en minerale olie is geen effect merkbaar op de risico- index, omdat het MTRhumaan van deze chemische stoffen hoog is.

Views

Total views

2,013

On Slideshare

0

From embeds

0

Number of embeds

18

Actions

Downloads

14

Shares

0

Comments

0

Likes

0

×